De campagne
Heel Nederland staat deze dagen natuurlijk in het teken van de verkiezingen. Dat wil zeggen, niet zozeer de verkiezingen als wel de bezuinigingsoperatie die aanstaande is. Ik heb mij daar enige tijd nogal over opgewonden, maar inmiddels heeft berusting zich van mij meester gemaakt. Eigenlijk moeten we met de retoriek in zo’n verkiezingscampagne niet zoveel. Na de verkiezingen volgt per slot een formatie en vervolgens gaat een nieuw kabinet - in welke samenstelling dan ook - aan het werk.
Ik constateer bij onze leden veel zorgen over het volstrekt ontbreken van de onderwerpen ‘economische groei’ en ‘innovatie’ in het verkiezingsdebat. In de verkiezingsprogramma’s wordt het woord innovatie wel met de mond beleden, maar de doorrekeningen van het CPB wijzen iets anders uit. Over de groei heb ik in mijn vorige weeklog geschreven, nu dan ook iets over innovatie.
Vrijwel iedereen in onze sector weet dat innovatie de basis is voor de versterking van het Nederlandse en Europese bedrijfsleven. Dáár zou dus op moeten worden ingezet, verkiezingen of geen verkiezingen. Ik ben er van overtuigd dat wij er in de formatieperiode – welke partijen daarbij ook betrokken zullen zijn – in zullen slagen om de noodzaak van betrokkenheid van de overheid bij innovatie in de regeringsplannen opgenomen te krijgen.
Nederland staat in de wereld niet alleen, ook in Europa niet. Steeds meer wordt de positie van ons bedrijfsleven bepaald door het Europese speelveld in relatie tot de globalisering. Overal in Europa staat innovatie (zie de Lissabon-agenda) hoog op de prioriteitenlijst. Nederland kan daarbij niet achterblijven, op straffe van beperking van groei. Dat betekent weer meer bezuinigingen! En dat betekent een neerwaartse spiraal. Wij gaan voor het tegenovergestelde van deze kettingreactie en het zal waarachtig wel lukken daarvoor brede steun te verkrijgen. Wat er in de campagnes ook wordt opgebracht.
