Bijstelling besluit loon, vrijgesteld loon en vergoedingen en verstrekkingen
Financiën heeft het besluit over loon, vrijgesteld loon en vergoedingen en verstrekkingen voor de tweede keer dit jaar geactualiseerd. Nu voegt hij onderdelen toe over de werkplek en de inschrijving in een beroepsregister, ook zegt hij nog iets over de vaste kostenvergoeding. Het besluit heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2011.
Er wordt een nadere uitleg van het begrip ‘werkplek’ gegeven.
Vanuit de werknemer moet beoordeeld worden of sprake is van een
werkplek. Van belang is dat de werkgever ARBO-verantwoordelijkheid
draagt voor die plaats (1) en dat de werknemer de plaats gebruikt
in verband met het verrichten van arbeid (2).
Op een aantal mogelijke werkplekken gaat de staatssecretaris
specifiek in. Zo is een auto of ander vervoermiddel een werkplek
indien aan de hiervoor vermelde twee voorwaarden is voldaan. Bij
bepaalde beroepen (zoals beroepschauffeurs, machinisten,
conducteurs, fietskoeriers) is de ARBO-verantwoordelijkheid van de
werkgever zondermeer aannemelijk te achten. Bij andere beroepen kan
deze afhankelijk zijn van een opdracht van de werkgever om het
vervoermiddel te gebruiken voor de arbeid (zoals het gebruiken van
de eigen auto voor een dienstreis).
Een parkeerplaats of een garage op het bedrijfsterrein van een
werkgever kan als algemene ruimte deel kan uitmaken van een
werkplek indien deze (ook) toegankelijk is voor werknemers. Voor
andere parkeerplaatsen en garages geldt dat de werkgever in het
algemeen geen ARBO-verantwoordelijkheid heeft en dus is de
nihilwaardering niet van toepassing.
De staatssecretaris acht het niet wenselijk om voor
personeelsfeesten, recepties en jubilea een onderscheid te maken
tussen werknemers voor wie de betreffende locatie wel of niet een
werkplek is. Hij keurt daarom goed dat de nihilwaardering van
toepassing is als een werknemer een dergelijke bijeenkomst bijwoont
op een locatie waarvoor voor de werkgever de
Arbeidsomstandighedenwet doorlopend van toepassing is. Deze
goedkeuring geldt voor alle deelnemende werknemers van de
werkgever.
Onder de werkkostenregeling bestaat een gerichte vrijstelling voor onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden, daaronder mede begrepen de inschrijving in een beroepsregister. Deze vrijstelling geldt in een aantal gevallen, bijvoorbeeld als er sprake is van een wettelijke of een vanuit de branche opgelegde verplichting tot registratie. Voor toepassing van de gerichte vrijstelling hoeft de registratie niet in alle gevallen een verplicht karakter te hebben. De gerichte vrijstelling is ook van toepassing indien op andere wijze sprake is van voldoende kwaliteitsborging vanuit de beroepsvereniging.
Het is niet mogelijk om achteraf een vaste kostenvergoeding te geven. Dit omdat een vaste kostenvergoeding ziet op kosten die de werknemer nog moet maken. Vergoeding achteraf is wel mogelijk op declaratiebasis. Deze toevoeging geldt zowel voor werkgevers die de werkkostenregeling toepassen als voor werkgevers die er vooralsnog voor hebben gekozen om gebruik te blijven maken van het oude regime van vrije vergoedingen en verstrekkingen.

