Terechte boete voor roken op werkplek?
De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) legt een bedrijf een boete op van € 300 wegens overtreding van artikel 11 a Tabakswet, omdat er in de kamer van de directeur werd gerookt. Onterecht, claimt die laatste.
Bij een bezoek van de VWA werd geoordeeld dat de werknemers werkten in een omgeving waarvan zij hinder of overlast ondervonden van tabaksrook. Hierop ontving de werkgever een schriftelijke waarschuwing.
Geen toegang voor medewerkers
Bij een volgend bezoek ziet de inspecteur echter weer een asbak met
sigarenpeuken op het bureau van de directeur staan. Diens verweer
luidt dat er een bordje op zijn deur hangt met “geen toegang” en
“bel met EXT. voor een eventuele afspraak”. Medewerkers hoefden dus
niet meer in zijn kamer te komen en werden zodoende niet
blootgesteld aan rook. Echter, op een gegeven moment stelde de
inspecteur vast dat de deur van de directeur openstond en dat een
werknemer zich op dat moment in de deuropening bevond. Omdat de
inspecteur van mening was dat deze werknemer wel degelijk werd
blootgesteld aan rook, legde hij de boete op.
Boete terecht opgelegd
Als de werkgever hier tegen in beroep gaat, oordeelt de rechtbank
dat de boete terecht is opgelegd, omdat de werknemers wel degelijk
aan (de schadelijke stoffen van) tabaksrook werden
blootgesteld.
Rechtbank Rotterdam, 26 maart 2010, JAR 2010/159
Tip: Op grond van Tabakswet moeten werknemers in staat zijn hun werkzaamheden te verrichten zonder dat zij daarbij last of hinder van roken door anderen ondervinden. Dit is een zogenoemde opgelegde resultaatsverplichting aan de werkgever. Deze verplichting geldt niet in afgesloten, speciaal voor het roken van tabaksproducten aangewezen ruimte. Een werkkamer valt niet onder deze omschrijving.

