Een werknemer moet tijdig klagen bij onjuiste toepassing cao
Een werknemer dient tijdig een vordering in te stellen wegens onjuist toepassen van de cao. Ondanks dat de verjaringstermijn vijf jaar is, kan een werknemer zijn recht om een vordering in te stellen, verspelen door te lang stil te zitten.
Een werknemer trad per 1 september 2006 in dienst en heeft op 1 januari 2009 € 6.000 van zijn werkgever gevorderd wegens onjuiste toepassing van de cao. De vordering betrof compensatie feestdagen, onjuiste berekening gewerkte uren en bepaalde toeslagen. De werkgever stelt dat werknemer zijn vordering eerder kenbaar had moeten maken.
Redelijke termijn
De werknemer ontving maandelijks salarisstroken en gespecificeerde
urenstaten. Door nooit tegen de urenstaten te protesteren mocht de
werkgever er op een gegeven moment vanuit gaan dat de berekening
vast stond. De werknemer diende dus binnen een redelijke termijn te
protesteren. Welke termijn redelijk is, kan per geval verschillen,
maar deze termijn kan in ieder geval korter zijn dan de wettelijke
verjaringstermijn van vijf jaar. Nu de werknemer pas na twee jaar
voor het eerst heeft geprotesteerd, heeft hij naar het oordeel van
de kantonrechter zijn recht verspeeld om de loonstroken en
urenstaten ter discussie te stellen.
Kantonrechter Leiden, 27 juli 2011, LJN: BT6233
Tip: Indien de werknemer pas na lange tijd voor het eerst
protesteert terwijl hij eerder van zijn mogelijke vordering op de
hoogte had kunnen zijn, kan een werkgever zich onder omstandigheden
beroepen op het niet tijdig klagen door de werknemer.

