Het pensioenplafond in de kantonrechtersformule
In navolging van enkele kantonrechters heeft nu ook een gerechtshof bepaald dat bij de bepaling van de hoogte van de ontbindingsvergoeding voor een oudere werknemer, rekening mag worden gehouden met inkomsten uit uitkeringen.
De kantonrechtersformule houdt in de A-factor rekening met leeftijd. Ook Aanbeveling 3.5 van de kantonrechtersformule houdt rekening met leeftijd, namelijk met de pensioengerechtigde leeftijd. Hierin staat dat de ontbindingsvergoeding nooit hoger is dan de inkomstenderving tot aan de pensioenleeftijd van de werknemer, meestal 65 jaar.
Betekenis pensioenplafond in kantonrechtersformule.
In een sociaal plan was de vergoeding gemaximeerd op dit ´pensioenplafond´ onder letterlijk verwijzing naar die aanbeveling uit de kantonrechtersformule. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft onlangs bepaald hoe dat sociaal plan moet worden uitgelegd en daarmee impliciet geoordeeld over de betekenis van dit zogeheten pensioenplafond in de kantonrechtersformule.
Saldering tussen inkomen en uitkeringen.
Volgens het Hof mag er bij het begrip inkomstenderving ook rekening
worden gehouden met naar verwachting door de werknemer te ontvangen
sociale zekerheidsuitkeringen. Dat betekent dat er gesaldeerd mag
worden tussen te missen inkomen uit arbeid (het salaris dat de
werknemer had kunnen verdienen tot zijn 65ste) en eventueel te
ontvangen uitkeringen.
Bepalen hoogte ontbindingsvergoeding.
Ook het Gerechtshof heeft nu bepaald dat bij de bepaling van de
hoogte van de ontbindingsvergoeding voor een oudere werknemer,
rekening mag worden gehouden met inkomsten uit uitkeringen.
Werkgevers staan hiermee sterker in hun beroep op een lagere
vergoeding voor een bijna pensioengerechtigde werknemer.
Wel moet bedacht worden dat de kantonrechter bij de toepassing van
Aanbeveling 3.5 rekening mag houden met de verwijtbaarheid en dus
via een hogere C-factor alsnog tot een hogere ontbindingsvergoeding
kan komen.

