Instemming beëindigingovereenkomst: geen WW bij loonsanctie
Een arbeidsongeschikte werknemer die instemt met de beëindiging van zijn dienstverband terwijl door het UWV een loonsanctie aan de werkgever is opgelegd, verspeelt zijn WW-rechten.
Een werkneemster is november 2006 uitgevallen in haar werk als secretaresse. In april 2007 heeft zij haar werk in aangepaste vorm gedeeltelijk hervat. Sinds begin 2008 is zij weer volledig ziek gemeld. Na twee jaar ziekte is een WIA-uitkering aangevraagd. Ondertussen is, op initiatief van de werkneemster, tussen partijen gesproken over een beëindiging van het dienstverband. Eind juli 2008 zijn zij het erover eens geworden dat het dienstverband beëindigd moest worden, maar over de voorwaarden moest verder worden onderhandeld.
Advies voor externe re-integratie niet opgevolgd
Op 14 augustus 2008 heeft het UWV de WIA-aanvraag geweigerd en een
loonsanctie van een jaar opgelegd omdat de werkgever onvoldoende
aan de re-integratie had gedaan. De werkgever had te lang ingezet
op terugkeer in het eigen werk, terwijl zowel de bedrijfsarts als
het ingeschakelde re-integratiebureau hadden aangeraden de
werkneemster extern te re-integreren.
Wederzijds goedvinden
Op 11 september 2008 hebben partijen een beëindigingovereenkomst
getekend op grond waarvan de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2009
met wederzijds goedvinden zou worden beëindigd. Na einde
dienstverband heeft de werkneemster een WW-uitkering aangevraagd.
Deze is tijdelijk (voor de duur van de loonsanctie, dus tot 2
november 2009) geweigerd.
Medische noodzaak
Werkneemster is in bezwaar en (hoger) beroep gegaan. Zij heeft
aangevoerd dat zij een deugdelijke grond had om in te stemmen met
de beëindiging, omdat voortzetting van het dienstverband niet van
haar gevergd kon worden vanwege de starre, ziekmakende houding van
de werkgever ten aanzien van de re-integratie. Er bestond aldus,
volgens de werkneemster, een acute medische noodzaak voor de
beëindiging van haar dienstverband.
Loonaanspraak vervalt door sluiten van beëindigingovereenkomst
De Centrale Raad voor Beroep volgt de werkneemster hierin niet. De
Raad overweegt dat de werkneemster ten tijde van het sluiten van de
beëindigingovereenkomst wist, althans kon weten, dat er een
loonsanctie was opgelegd en dat zij op grond daarvan
ontslagbescherming genoot. De werkgever was gedurende die
loonsanctie verplicht de re-integratie voort te zetten op de door
UWV voorgeschreven wijze, te weten: re-integratie bij een andere
werkgever. Werkneemster had onder die omstandigheden geen
deugdelijke reden in te stemmen met een beëindiging van het
dienstverband. Zij had de werkgever tenminste de kans moeten geven
om de externe re-integratie in gang te zetten. Door desondanks met
de beëindiging in te stemmen heeft de werkneemster haar
loonaanspraken onnodig opgegeven en daarmee het WW-fonds
benadeeld.
Centrale Raad van Beroep, 8 december 2010, LJN: BO8178
Tip
Door een beëindigingovereenkomst tijdens ziekte te sluiten, kunnen
de WW-rechten van een werknemer in gevaar komen. Mocht u in een
dergelijke situatie een beëindigingovereenkomst willen sluiten, dan
doet u, zowel werkgever als werknemer, er goed aan u van tevoren te
laten adviseren over de mogelijke (sociaalrechtelijke)
consequenties van zo’n regeling.

