Onderhandelingen afgebroken, toch arbeidsovereenkomst?
Een Nederlands bedrijf en Duitse (toekomstige) medewerker hebben begin 2007 onderhandeld over de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst. Halverwege april 2007 laat het bedrijf aan de medewerker weten dat er geen interesse meer bestaat om de medewerker aan te nemen.
De medewerker stelt dat het bedrijf door handelingen, uitlatingen en toezeggingen bij hem het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat een arbeidsovereenkomst tot stand zou komen. Door het afbreken van de onderhandelingen door het bedrijf heeft de medewerker schade geleden.
Maatstaf schadevergoedingsplicht
In de jurisprudentie wordt als maatstaf aangenomen dat ieder van de
onderhandelende partijen vrij is de onderhandelingen af te breken,
tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de
wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in
verband met andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou
zijn. Dit is een strenge maatstaf, die terughoudend moet worden
toegepast.
Afbreken onderhandelingen niet onaanvaardbaar
Naar het oordeel van het Hof was op 15 februari 2007 – anders dan
de medewerker stelt – op een aanzienlijk aantal punten nog geen
overeenstemming tussen partijen bereikt, toen het derde gesprek
tussen partijen plaatsvond. Zo was de concrete functie-inhoud nog
niet duidelijk, was er geen overeenstemming over het salaris en was
er geen overeenstemming over de aanvangsdatum. Bovendien had het
bedrijf op dat moment op grond van verkregen informatie zo haar
twijfels over de geschiktheid van de medewerker en heeft het
bedrijf deze twijfels ook kenbaar gemaakt tijdens het derde
gesprek.
Gelet hierop mocht de medewerker niet het gerechtvaardig vertrouwen hebben dat er een arbeidsovereenkomst tot stand zou komen en was het afbreken van de onderhandelingen op dat moment niet onaanvaardbaar.
Vervolgens overweegt het Hof dat er geen ruimte is voor een schadevergoeding. Zo is er geen sprake van gederfd salaris en brengt het risicobeginsel mee dat de gemaakte kosten in de precontractuele fase in dit geval voor eigen rekening blijven. Hoewel de redelijkheid en billijkheid in een uitzonderlijke situatie kunnen meebrengen dat in de precontractuele fase gemaakte kosten worden vergoed, is daar in dit geval geen sprake van.
Hof Den Bosch, 14 juni 2011, LJN: BQ8262
Auteur: mr. Edith Molemans, Boontje advocaten
Tip
Het is verstandig om de arbeidsovereenkomst vast te leggen.
Mondelinge afspraken zijn weliswaar geldig, maar schriftelijke
afspraken scheppen duidelijkheid. Je voorkomt er een discussie mee
over wat er wel of niet is afgesproken.

