Ontbinding arbeidsovereenkomst stewardess wegens overtreding uiterlijkvoorschriften
Voor de cabin attendants van KLM gelden strikte kleding- en verzorgingsregels, die zijn opgenomen in het boek ‘uniform regulations’. Als een werkneemster zich bij herhaling niet aan de gestelde regels houdt, doet KLM een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De werkneemster is sinds 25 maart 1998 bij de KLM in dienst, laatstelijk in de functie van stewardess. In die functie is het niet toegestaan het haar extreem kort te dragen en/ of zichtbare tatoeages en piercings te dragen. De werkneemster heeft echter zichtbare tatoeages, heeft piercings en draagt het haar extreem kort.
Kledingvoorschrift
De kantonrechter oordeelt dat de werkgever gerechtigd is
voorschriften te geven over de uiterlijke verzorging van het
personeel en de door hen tijdens het werk te dragen kleding. Deze
bevoegdheid is wel aan grenzen gebonden, maar die acht de
kantonrechter hier niet overschreden.
Bedrijfsregels
Het hebben van zichtbare tatoeages, piercings en extreem kort haar
bij cabinepersoneel past niet bij de uitstraling die KLM tegenover
het publiek wil hebben en is om die reden ook door de KLM verboden.
Wie kiest voor het beroep van stewardess, accepteert volgens de
kantonrechter daarmee ook dat tijdens het werk een uniform moet
worden gedragen en dat strenge regels aan het uiterlijk worden
gesteld.
Voortzetting onmogelijk
De werkneemster heeft dat in feite ook geaccepteerd: naar
aanleiding van waarschuwingen heeft zij keer op keer toegezegd dat
zij de regels zou naleven. Vooral ook heeft zij toegezegd dat de
lengte van haar haar ten minste 1 centimeter zou zijn. Door het
haar toch dermate kort te laten knippen dat hierdoor discussie
ontstond over de lengte, heeft de werkneemster het vertrouwen van
de KLM zodanig beschaamd dat een vruchtbare samenwerking naar het
oordeel van de kantonrechter niet meer mogelijk is. De
kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst, en kent de
werkneemster een geringe vergoeding toe.
Tip: deze zaak benadrukt dat werkgevers bij het stellen van kledingvoorschriften een gerechtvaardigd belang kunnen hebben, dat doorgaans door hun werknemers dient te worden gerespecteerd.

