Reistijd van meer dan vier uur per dag niet onoverkomelijk
Een werkneemster, moeder van drie (jonge) kinderen, woont in Maassluis en werkt in Rotterdam. Haar werkgever reorganiseert, waardoor het kantoor in Rotterdam wordt gesloten en de werkneemster wordt overgeplaatst (in dezelfde functie) naar Amsterdam. Haar reistijd neemt door de overplaatsing flink toe, namelijk meer dan twee uur enkele reis met het openbaar vervoer. Gezien de files valt geen kortere reistijd te verwachten wanneer zij met de auto gaat.
Bij de werkgever is een cao van toepassing, die bepaalt dat de werkgever geen overplaatsing kan verlangen van een werknemer wanneer de reistijd enkele reis meer dan 90 minuten bedraagt. Deze bepaling geldt echter alleen voor verschillende (lagere) functieniveaus, de werkneemster valt hier niet onder met haar functie van marketing manager.
Ontbinding arbeidsovereenkomst
De werkneemster laat het hier niet bij zitten. Zij dient een
verzoek in bij de kantonrechter om haar arbeidsovereenkomst te
ontbinden onder toekenning van een vergoeding van zo’n € 70.000.
Zij heeft immers drie jonge kinderen en bovendien heeft haar man
een huisartsenpraktijk in Alblasserdam waardoor zij aan de regio
gebonden is.
Landelijke mobiliteit
Het ontbindingsverzoek wordt toegewezen, maar de werkneemster
krijgt geen enkele vergoeding van de kantonrechter. De
kantonrechter overweegt dat de werkneemster gezien haar
functieniveau geen beroep kan doen op de bepaling in de cao. Van
haar kan ‘landelijke mobiliteit’ verwacht worden. Verder is niet
gebleken dat zij bereid was tot het doen van concessies, zoals
(tijdelijke) werkvermindering, een andere vorm van opvang van de
kinderen of verhuizen naar Rotterdam (waardoor haar reistijd
verkort zou worden). Werkneemster wil zelf weg en moet die gevolgen
dan ook maar zelf dragen, lijkt de gedachte van de kantonrechter.
De werkneemster krijgt met haar ontbindingsverzoek de klep op de
neus.
Kantonrechter Amsterdam 11 augustus 2011, LJN: BT2792
Tip
Als werkgever is het van belang dat als de standplaats van een
werknemer wordt gewijzigd en daardoor de reistijd (fors) toeneemt,
er op de een of andere manier compensatie wordt aangeboden.
Bijvoorbeeld door het vergoeden van reiskosten of reistijd, of –
zoals de werkgever in dit geval had gedaan – een goede
verhuisregeling aan te bieden. Hoe beter de geboden compensatie,
hoe langer de reistijd die kan worden verlangd.

