Seksuele intimidatie: ondervang bewijsproblemen
Een taxichauffeur wordt op staande voet ontslagen na een kennelijk geval van seksuele intimidatie. Maar wat als de beschuldigingen ontkend worden en er geen getuigen zijn? Uit deze uitspraak blijkt nog maar eens dat adequaat handelen van belang is als geoordeeld wordt over de geldigheid van een ontslag op staande voet.
Een taxichauffeur – zo’n drie jaar in dienst – werd beticht van seksuele intimidatie door een passagier. Zij diende een klacht in, waarin zij aangaf dat de chauffeur op haar afkwam, haar met zijn beide handen stevig bij haar wangen pakte en een volle kus met zijn lippen op haar mond gaf. Hij zei erbij: “Jij vindt dit ook wel lekker!” De taxichauffeur werd door de werkgever met de klacht geconfronteerd, maar ontkende de beschuldigingen. Hij werd desalniettemin op staande voet ontslagen.
Ontslag op staande voet terecht
De kantonrechter oordeelde (op voorhand, het betrof een kort
geding) dat het ontslag op staande voet terecht was gegeven.
Daarbij achtte de kantonrechter van belang (i) dat de passagier
diezelfde dag nog een klacht had ingediend, (ii) dat de
daaropvolgende dag in een gesprek met het taxibedrijf de klacht was
gehandhaafd en nader toegelicht, naar aanleiding waarvan een
gespreksverslag is opgesteld, en (iii) dat de passagier dit
gespreksverslag voor akkoord had ondertekend en erin had toegestemd
dat dit document in het kort geding gebruikt kon worden. De
kantonrechter twijfelde daarom niet aan de juistheid van de klacht
wegens seksuele intimidatie.
Kantonrechter Leeuwarden 6 april 2011, LJN: BQ0977
Tip: Ontslag op staande voet is een paardenmiddel. Uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat de omstandigheden belangrijk zijn bij de vraag of het ontslag standhoudt. Uit deze uitspraak blijkt wel het belang van voortvarend handelen, het doen van onderzoek en het goed documenteren van de verwijten. De discussie over de gegrondheid van de klacht had anders snel in een ‘welles-nietes’ spel kunnen verzanden.

