Vergoeding reistijd soms overwerkloon
Voor de afdrachtverminderingen in de loonbelasting behoort overwerkloon niet tot het loon. Een vergoeding voor reistijd kan ook overwerkloon zijn. Wanneer dit het geval is, staat in een nieuw besluit van de staatssecretaris van Financiën.
Aanleiding voor de aanpassing is een uitspraak van de Hoge Raad uit 2008. De Hoge Raad heeft toen beslist dat een vergoeding voor reistijd ook overwerkloon kan zijn als de werknemer in die reistijd geen werkzaamheden verricht. Er zijn cao’s die werknemers recht geven op een vergoeding voor reistijd. De vergoeding voor reistijd behoort tot het loon voor de loonbelasting.
De afdrachtkorting voor de loonbelasting en premie volksverzekeringen (WVA) verwijst voor het begrip loon naar de loonbelasting. De vergoeding voor reistijd behoort daarmee ook tot het WVA-loon, tenzij de vergoeding overwerkloon is. Overwerkloon valt immers niet onder het loonbegrip van de WVA. Overwerkloon is de beloning voor arbeid die de werknemer verricht gedurende de tijd die uitgaat boven de voor hem geldende normale arbeidsduur.
Uit het nieuwe besluit blijkt dat een vergoeding voor reistijd in de volgende twee gevallen overwerkloon – en dus geen loon voor de afdrachtverminderingen – is:
•als het gaat om reistijd buiten de normale arbeidsduur en de
werknemer arbeid verricht in die reistijd;
•als het extra reistijd buiten de normale arbeidsduur betreft
doordat de werknemer in opdracht van de werkgever naar een
tijdelijke arbeidsplaats reist die op grote afstand van zijn woon-
of verblijfplaats ligt. Van extra reistijd als gevolg van een grote
reisafstand is sprake voor zover de werknemer een reistijd heeft
van meer dan een uur per dag.

