Wettelijk minimum aantal vakantiedagen kunt u niet uitbetalen
Een werknemer heeft recht op een minimum aantal vakantiedagen en die aanspraak kan niet worden vervangen door een financiële vergoeding. Wat is nu het gevolg als de werkgever toch een financiële vergoeding toekent in plaats van het wettelijk voorgeschreven minimum aantal vakantiedagen?
Die vraag kwam aan de orde in een procedure die een werknemer
aanhangig maakte tegen zijn ex-werkgever. Deze had de werknemer in
dienst genomen tegen een all-in loon van € 55,- per facturabel uur.
De werknemer werd op basis van deze afspraak betaald.
Pas na het einde van de arbeidsovereenkomst beriep de werknemer
zich erop dat deze afspraak in strijd was met de wet en dus nietig.
Om die reden meende de werknemer alsnog recht te hebben op
vakantie. Omdat het dienstverband inmiddels was geëindigd, zou die
aanspraak uitbetaald moeten worden.
Europese richtlijn
De rechter stelde de werknemer in het gelijk, in die zin dat er
inderdaad sprake is van een nietige afspraak. De wet en ook de
Europese richtlijn over vakantie schrijven dwingend voor dat het
wettelijk minimum aan vakantiedagen niet mag worden vervangen door
een financiële vergoeding.
Dit leidt ook tot de conclusie dat de werknemer te veel loon heeft
ontvangen, omdat het afgesproken loon ook een betaling bevat voor
de vakantiedagen. De werknemer kan dus wel uitbetaling van de ten
onrechte niet toegekende vakantiedagen vorderen, maar hij heeft ook
eenzelfde bedrag ten onrechte ontvangen. Deze beide bedragen worden
met elkaar verrekend, zodat werknemer niets te vorderen heeft.
Kantonrechter Zwolle, 20 oktober 2009, LJN: BK5893
De wettelijke bepalingen over zowel de opbouw als het opnemen van
vakantiedagen bevatten grotendeels dwingend recht. Dit betekent dat
werkgever en werknemer er niet vanaf kunnen wijken. Een bepaling in
de overeenkomst waarmee van dwingend recht is afgeweken, is nietig
(of vernietigbaar).

