NMa-gedragsregels voor brancheorganisaties
De Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa) heeft gedragsregels vastgesteld voor brancheorganisaties. Indien tussen de leden van een brancheorganisatie afspraken worden gemaakt over marktgedrag, zal dit de concurrentie op de markt daarom kunnen beïnvloeden.
De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) heeft specifieke richtsnoeren vastgesteld voor samenwerking binnen brancheorganisaties. Aanbevelingen van een brancheorganisatie worden in dit verband op één lijn gesteld met besluiten. Op verzoek van onder meer FME-CWM heeft de NMa een aantal situaties aan een algemene beoordeling onderworpen om aan brancheorganisaties de nodige duidelijkheid te bieden. Met name erkenningsregelingen, algemene voorwaarden en informatie-uitwisseling komen in de NMa-richtsnoeren uitgebreid aan de orde.
Erkenningsregelingen
De NMa stelt voorop dat afspraken tussen concurrenten over prijzen
(inclusief kortingen of toeslagen), marktverdeling en collectieve
boycot van bepaalde afnemers uit den boze zijn en eigenlijk nooit
voor ontheffing van het kartelverbod in aanmerking komen. Wel
bestaat ruimte voor erkenningsregelingen, die door
brancheorganisaties worden opgezet om de producten of diensten van
de leden in de markt te profileren ten opzichte van de
concurrentie. Dit kan naar het oordeel van de NMa de kwaliteit van
producten en diensten ten goede komen. Zolang de brancheorganisatie
niet meer dan 20% van de markt vertegenwoordigt, is er in beginsel
geen enkel probleem.
Bij overschrijding van dit percentage wordt gekeken naar het effect van de erkenningsregeling op de markt: indien de deelneming aan de erkenningsregeling een belangrijke factor is in de concurrentie, in die zin dat dit voor een belangrijke groep afnemers van doorslaggevende betekenis kan zijn bij hun beslissing tot aankoop, is de regeling uit oogpunt van de Mededingingswet van belang en dient aan bepaalde eisen te zijn voldaan. Zo moeten de eisen objectief zijn, kenbaar bij aanvraag tot toetreding, moet de procedure voor erkenning duidelijk zijn en dient de regeling te voorzien in een onafhankelijke beslissing over toelating. Dat laatste kan bij de eerste beoordeling zijn of nadat een erkenning is geweigerd, in beroep. Indien de erkenningsregeling inderdaad van belang is in de concurrentie, dient deelneming ook open te staan aan niet-leden van de brancheorganisatie en dient erkenning ook te kunnen plaatsvinden van vergelijkbare systemen in andere landen.
Erkenningsregelingen zijn vaak opgenomen in lidmaatschapseisen voor brancheorganisaties. In dat geval gelden voor de lidmaatschapseisen dezelfde criteria als voor erkenningsregelingen.
Algemene voorwaarden
Voor het gebruik van door brancheorganisaties vastgestelde algemene voorwaarden is in de richtsnoeren bepaald dat met name problemen zullen ontstaan indien deze betrekking hebben op de prijs waarvoor de producten of diensten worden geleverd. In het algemeen leidt de vaststelling van algemene voorwaarden door een brancheorganisatie niet tot bezwaren vanuit de Mededingingswet.
Informatie-uitwisseling
Binnen brancheorganisaties wordt veelvuldig gewerkt met systemen van informatie-uitwisseling omtrent prijsontwikkeling, afzet, etc.. Volgens de NMa levert dit met name problemen op indien sprake is van een markt met een hoge concentratiegraad (een gering aantal op de markt actieve ondernemingen). De deelnemers kunnen aldus namelijk kennis krijgen van de marktpositie en de marketingstrategie van hun concurrenten en dit leidt bij een gering aantal aanbieders tot afgestemd gedrag, aldus de NMa. Indien de informatie echter getotaliseerd wordt bekend gemaakt, zodat geen informatie van individuele deelnemers herkenbaar is, bestaat geen bezwaar.
Benchmarking
Benchmarking, waarbij getotaliseerde gegevens voor de gehele branche worden afgezet tegen de gegevens van de individuele deelnemer, levert evenmin bezwaren op, zolang voor de individuele deelnemer geen gegevens van andere individuele concurrenten zichtbaar worden.
Calculatieschema's
Calculatieschema’s voor de berekening van kostprijzen zijn toelaatbaar, mits geen vaste bedragen of percentages zijn opgenomen. Dit laatste zou prijsafstemming in de hand werken.
Gemeenschappelijke inkoop
Ten slotte wordt in de richtsnoeren aandacht gegeven aan de gemeenschappelijke inkoop via brancheorganisaties. Dit levert slechts problemen op indien sprake zou zijn van aanzienlijke inkoopmacht, van een belangrijke mate van identieke, gemeenschappelijke kosten (wat zich vertaalt in gelijke verkoopprijzen) of indien de leden van de brancheorganisatie gedwongen zouden zijn via de branchevereniging in te kopen.
Meer informatie
Voor meer informatie neemt u contact op met FME Advocaten, mr. Lindsay Hopmans via T (079) 353 13 04 of E lindsay.hopmans@fme.nl
