arrow btn arrow right arrow left chevron mouse pulser checkmark date calendar

Brexit: in gesprek met Europarlementariër Liesje Schreinemacher

Nieuws
17 december 2020
Brexit

Omdat het Verenigd Koninkrijk (VK) de Europese Unie heeft verlaten, verandert vanaf 1 januari 2021 de handel met het VK. De onderhandelingen over een handelsakkoord zijn nog gaande. Het Europees Parlement (EP) stemde dinsdag 15 december in met de noodplannen van de Europese Commissie. Het Europees Parlement moet binnenkort instemmen met een handelsakkoord met het VK. Daarover gingen leden van evofenedex en FME in gesprek met mevrouw Liesje Schreinemacher, Europarlementariër van Renew Europe en schaduw-rapporteur op het brexit dossier.

Speerpunten handelsakkoord

Om tot een handelsakkoord met het VK te komen met vrije markttoegang zonder quota en tarieven, is het essentieel dat er vanaf 1 januari 2021 voldoende waarborgen zijn voor een gelijk speelveld. De economieën van Nederland en het VK zijn zo met elkaar verweven, dat afwijkende regels op het gebied van staatssteun, mededinging, dumping, belastingen, milieustandaarden, productregelgeving en arbeidsomstandigheden al snel de wederzijdse concurrentiepositie schaden.

Zorgen over invoerrechten en administratieve lasten

Europarlementariër Liesje Schreinemacher vroeg naar specifieke problemen van bedrijven waar zij bij de Brexit per 1 januari tegenaan zullen lopen. Deze signalen uit de praktijk zijn van belang wanneer zij in de laatste fase van de besluitvorming collega’s moet adviseren over de voorliggende deal. De deelnemende FME- en evofenedex leden onderstreepten het belang van een handelsakkoord om heffingen op  de in- en export van bloemen, machines of grondstoffen te voorkomen. Het vervallen van de wederzijdse erkenning van vergunningen en certificaten en een nieuw certificeringsproces in het VK, levert bedrijven veel administratief werk op. Na 1 januari moeten deze certificeringsprocessen opnieuw worden doorlopen voor dezelfde producten of diensten, zoals we die nu ook uitwisselen met het VK.

Gekwalificeerd personeel

Bedrijven vroegen ook aandacht voor erkenning van Nederlandse vakdiploma’s in het VK. Hoewel we in Nederland vaak hogere standaarden ten aanzien van kwalificaties van personeel hanteren en bepaalde Nederlandse vakdiploma’s nu automatisch erkend worden in het VK, is dat in de nieuwe situatie allesbehalve gegarandeerd. Als hier geen afspraken over gemaakt worden, moet personeel dat Nederlandse vakdiploma’s heeft nieuwe Britse diploma’s halen. Een geld- en tijdrovende kwestie voor de bedrijven.

Verder benadrukten ze dat personeel voor installatie, montage, onderhoud en reparatie zonder visumverplichting voor kortlopende werkopdrachten naar het VK moeten kunnen reizen. Volgens de aanpassingen aan de immigratieregels van het VK, mogen alleen bedrijven die een contract hebben met een Britse klant hun personeel voor kortlopende serviceopdrachten naar het VK sturen, zonder dat zij daarvoor een visum nodig hebben. Veel bedrijven uit de technologische industrie hebben dit werk echter uitbesteed aan een onderaannemer, een extern serviceteam of een leverancier als het om de reparatie van een specifiek onderdeel gaat. Anderen hebben een buitenlandse moeder die formeel contracthouder is. In al deze gevallen komen ook kortlopende werkopdrachten onder de visumverplichting van het VK te vallen. Omdat veel van de export van de technologische industrie naar het VK gepaard gaat met een dergelijke dienstverlening, heeft dit een negatieve impact op onze bedrijven.

Coulance

Er zijn veel bedrijven die zakendoen met het VK en die voor het eerst te maken krijgen met douaneformaliteiten, vergunningen en nieuwe productregelgeving. Het is belangrijk dat er voldoende ruimte is voor het mki om te wennen aan de nieuwe procedures en deze in hun bedrijfsprocessen te verwerken. Bedrijven hebben te kampen met een dubbele uitdaging. Niet alleen die van Brexit waar ook veel aspecten aan vastzitten buiten hun invloedssfeer en waar zij zich niet op hebben kunnen voorbereiden, zoals een tekort aan douane-expertise, vertragingen in de havens en onduidelijkheden ten aanzien van wat er uit een eventuele deal komt. Ook zijn ze geconfronteerd met een wereldwijde pandemie die door de lockdowns ketens heeft verstoord en grote capaciteitstekorten ten aanzien van containervervoer veroorzaakt. FME en evofenedex vragen daarom niet alleen om duidelijkheid per 1 januari 2021, maar ook om een termijn waarin bedrijven kunnen wennen aan de nieuwe situatie. 

Sluiten