arrow btn arrow right arrow left chevron mouse pulser checkmark date calendar

Meer met minder: Nederland voorop in efficiënte voeding- en landbouwproductie

28 maart 2018
Monique Klein Gunnewiek

"Om in de toekomst iedereen van voedsel te kunnen voorzien hebben we wel twee aardbollen nodig." Dat zegt Moniek Klein Gunnewiek, Business Development Manager Internationaal Ondernemen, cluster Agri& Food. Ze ziet hoe een groeiende wereldbevolking wereldwijd voor uitdagingen zorgt. Klimaatverandering en verstedelijking doen daar nog een schepje bovenop, net als de stijgende vraag naar gezond en veilig voedsel. "Er moet meer voedsel geproduceerd worden, met steeds minder grondstoffen, water en energie." En daar liggen kansen voor Nederlandse bedrijven in de Agri & Food-sector, volgens Moniek: "Zowel in de productie van eindproducten als op het gebied van kennis en technologie spelen Nederlandse bedrijven een heel grote rol. Zeker als het gaat om efficiënte voedselproductie."

Toppositie voor Nederland

"Straks woont 75% van de bevolking in steden. De druk om voedsel op duurzame en efficiënte wijze te produceren in de stedelijke infrastructuur neemt alleen maar toe." Nederland wil koploper zijn in gezonde en duurzame voeding, vervolgt Moniek, en ze legt uit dat ons land sterk is in alle schakels van de keten. Er zijn meer dan genoeg voorbeelden die de Nederlandse innovativiteit in de voeding- en landbouwsector laten zien, volgens Moniek. "Dankzij onze  kennis, technologie en innovatie is de opbrengst per vierkante meter groententeelt in de kas in Nederland extreem hoog. Dat komt vooral door de kassenbouw en de hightech systemen die wij daarin toepassen zoals klimaatcomputers in combinatie met de ontwikkeling van hoogwaardig uitgangsmateriaal." Maar misschien nog wel belangrijker is volgens Moniek dat we in Nederland investeren in research en development. "We hebben veel toonaangevende bedrijven in ons land die bereid zijn te investeren in innovatie en ontwikkeling. Ook de rol van onderzoek door kennisinstituten dragen daar sterk aan bij."

Efficiëntie voorop

Het streven van Nederlandse bedrijven naar duurzame voedselproductie richt zich ook op het hergebruiken van reststromen. "Door het verwerken van reststromen tot nieuwe, hoogwaardige producten slagen we er in Nederland steeds beter in om voedselverspilling te verminderen. Kijk bijvoorbeeld naar de Wageningen UR: zij zijn momenteel bezig met onderzoek naar verpakkingsmateriaal dat gemaakt wordt van restvezels van het blad en stengels van de tomatenplant." Ook in de precisielandbouw zie je dat Nederland goed is in efficiënte productie, alhoewel de toepassing nog wel moet toenemen. "Door enorme hoeveelheden data uit verschillende bronnen te combineren kunnen we planten de juiste nutriënten geven op het juiste moment. Door informatie uit het weerbericht te combineren met gegevens van de bodemgesteldheid en beelden die een  drone kan maken van het gewas, zijn we in staat om maatwerk per vierkante meter te leveren."

Smart Food

Internationale kansen

Kansen voor Nederlandse bedrijven komen van over heel de wereld. "Vanuit Japan is er interesse in hoe Nederland de productie in de tuinbouw verhoogt, dankzij automatisering. Deze technologieën heeft Japan, mede door de vergrijzing daar en kleinschaligheid, nog niet volledig omarmd maar de vraag neemt toe." Ook delegaties uit China en Indonesië bezoeken ons land. "Zij zijn bijvoorbeeld geïnteresseerd in onze innovaties in de pluimveesector waaronder broedmachines, eiersorteermachines, stalsystemen en slachterijoplossingen voor kippen." En zo zijn er meer landen wereldwijd waar er kansen liggen voor Nederlandse technologie en innovatie in de voedingsmiddelenindustrie. "In de Nordics, bijvoorbeeld, of in Zuid-Afrika dat meer waarde wil toevoegen door verwerking van haar primaire agrarische productie."

Zo staat er eind maart ook een verkennend bezoek gepland aan Silicon Valley. "Ze hebben daar een heel sterk datacomponent en er zijn al wat initiatieven op het gebied van personalized nutrition. Dat gaat over een DNA-paspoort waarin een persoonlijk voedingsprofiel staat. Ook kan je met data de voedselketen transparanter maken en verbeteren. Hier kunnen we als land nog een stap in maken. Door samen te werken met andere landen en kansen te signaleren geeft FME Nederlandse bedrijven in de voeding- en landbouwsector een duw in de goede richting", aldus Moniek. 

Druiven

Resultaten behalen

De rol van FME is volgens Moniek om scherp te zijn op de kansen die er zijn in de wereld. Die kansen kunnen aangebracht worden door een FME-lid, of vanuit de Topsectoren of Landbouwraden, bijvoorbeeld, legt Moniek uit. Maar ook een delegatie die ons land bezoekt met een specifieke vraag of een marktrapport uit een specifiek land kan een kans opwerpen. "Daar ben ik als Business Development Manager bij FME alert op: kansen en hoe we daar resultaten mee kunnen behalen als sector. Voor onze FME-leden is het belangrijk om impact te realiseren, om resultaten te behalen. Dat lukt niet met een losse aanpak. Daarom werken we nu met een meerjarenaanpak, met een duidelijke focus."

Moniek vervolgt: "Ook richten we werkgroepen op, elk met een eigen focus, bijvoorbeeld op een specifiek land, of een regio. Vanuit die werkgroepen ontwikkelen we dan samen met FME-leden en partners een meerjarenprogramma, inclusief activiteiten. Door regelmatig bijeenkomsten te organiseren creëren we een modus waarin onze leden elkaar vaker spreken."

Samen pionieren

Voor Moniek is het belangrijk om FME-leden te informeren waar er kansen zijn en bedrijven te mobiliseren en verbinden om hierop in te kunnen springen. "Een belangrijk onderdeel waar we als FME mee bezig zijn is het bevorderen van de export van Nederlandse kennis en kunde, diensten en producten naar de rest van de wereld. Zo starten we op dit moment een van de eerste Agri & Food-brede activiteiten op, gericht op Kazachstan. FME-leden die al actief zijn in Oezbekistan hebben ons laten weten dat zij potentiële kansen zien in Kazachstan. In april organiseren we een eerste sessie om die kansen samen te verkennen. Zit daar genoeg energie op, dan gaan we samen met een werkgroep naar een meerjarenaanpak toewerken. Het is soms pionieren. Maar nooit alleen, dat doen we samen met FME-leden."

Sluiten