Arbeidsmigratie

Ondanks alle inspanningen om meer mensen te laten kiezen voor een opleiding en een loopbaan in de techniek, is er nog steeds een tekort aan technici. Het leek wat weggeëbd, maar met het aantrekken van de economie wordt het tekort weer snel duidelijk. Steeds meer bedrijven hebben moeite om hun openstaande vacatures te vervullen en zoeken op de Europese arbeidsmarkt naar werknemers.

WagwEU

Binnen het vrij verkeer van werknemers in de EU kan dat soepel verlopen. Met uitzondering van Kroatië mogen ingezetenen van de EU in Nederland werken zonder dat daar een tewerkstellingsvergunning voor nodig is. Voorwaarde is wel dat men zich aan de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU) houdt. Dit laatste is geen loze opmerking. De overheid is zeer alert op misbruik en schijnconstructies bij het tewerkstellen  van mensen uit het buitenland.

Kennismigranten

Voor het naar Nederland halen van werknemers van buiten de EU, de zogeheten derdelanders, is er de kennismigrantenregeling. Om hier gebruik van te kunnen maken moet een bedrijf erkend referent zijn. De kosten die aan het verkrijgen van deze status zijn verbonden bedragen ongeveer € 5.000. Dit hoge bedrag werpt naar mening van FME drempels op voor potentiële gebruiker.

Geen verdringing

Een strijdpunt voor FME is het verplicht stellen van een tewerkstellingsvergunning in die gevallen waar er geen sprake is van verdringing op de Nederlandse of Europese arbeidsmarkt. Als medewerkers van buiten de EU gevestigde opdrachtgevers, klanten, dochterorganisaties of samenwerkingspartners naar Nederland moeten komen voor het volgen van een training, instructies of de inbreng van specifieke kennis, dan is daar in veel gevallen nog steeds een tewerkstellingsvergunning voor nodig. Dit frustreert naar onze mening de dynamiek van het internationaal zakendoen en berokkent schade aan het imago van onze bedrijven en van ons land. Er zijn weliswaar uitzonderingen op deze vergunningplicht, maar de transparantie laat zeer te wensen over. FME streeft naar één robuuste regeling voor deze situaties met als motto ‘geen verdringing, geen vergunning’.