Chroom VI

Chroom VI is de verzamelnaam voor een groep chroomverbindingen die, vanwege de unieke eigenschappen, veel wordt gebruikt in de metaal- en oppervlaktebehandelende industrie. Chroomtrioxide (CrO3) ook bekend als chroomzuur is de meest gebruikte stof. Chroom VI verbindingen zijn carcinogene en mutagene stoffen. Die eigenschap heeft als gevolg dat het Europese arbo- en milieubeleid (REACH regelgeving) erop gericht is het gebruik van chroom VI te minimaliseren.

Waarom zoveel belangstelling chroom VI?

Vervangen van de stof is technisch en economisch niet altijd mogelijk. In dat geval moet de Europese Commissie een bedrijf toestemming geven (autorisatie) om chroom VI te mogen blijven gebruiken. Uiteraard moet daarbij nog steeds het hoogste beschermingsniveau voor werknemers en milieu worden behaald. FME heeft als standpunt: bedrijven moeten chroom VI vervangen waar het kan, maar autorisatie moet aan bedrijven worden verleend waar het moet.

Waarom is chroom VI nodig?

Dat is de unieke bescherming van andere metalen door chroom tegen roestvorming (anti corrosie). Het zeswaardig chroom Cr 6+ reageert sneller dan bijvoorbeeld ijzer Fe 2+  met zuurstof en vormt zo de beschermlaag voor het metaal. Hierbij wordt een metaal bijvoorbeeld aluminium of titanium voorzien van een oxidelaag die het metaal beschermt en slijtvast maakt. Dit is van belang in tal van toepassingen zoals: gebruik in ruimte-, en luchtvaart industrie, walsen, motoren en de bouw om er enkele te noemen. Bekende processen zijn: hardverchromen, sierverchromen, anodiseren en galvaniseren.

Chroom VI en arbo & milieu

De impact op het milieu is zeer beperkt omdat chroom VI supersnel reageert. Chroom VI is vooral een Arbo issue omdat chroom VI verbindingen carcinogeen zijn. Bij professioneel gebruik moeten de nodige maatregelen worden genomen om werknemers en het milieu te beschermen. Niet alle chroomverbindingen zijn carcinogeen. Nadat het chroom VI heeft gereageerd met andere stoffen ontstaan andere chroom verbindingen of metallisch chroom. Ons bestek bijvoorbeeld wordt gemaakt van roestvast staal en bevat 18% chroom. Een badkamerkraan is gemaakt met behulp van een sierverchroom proces en ongevaarlijk. Consumenten kunnen niet in aanraking komen met chroom VI processen.

FME heeft als standpunt: chroom VI moet worden vervangen waar het kan, maar autorisatie moet aan bedrijven worden verleend waar het moet. FME pleit voor het verlenen van zeer lange autorisatieperiode van 12 jaar of langer.

Chroomtrioxide is kankerverwekkend bij inademing; er is geen drempelwaarde. Het is ook mutageen (kan erfelijke genetische schade toebrengen aan bepaalde cellen) en mogelijk toxisch voor de voortplanting of de vruchtbaarheid. Er is geen veilige drempelwaarde voor de stof. In plaats daarvan wordt gewerkt met een zogeheten grenswaarde. Het Scientific Committee on Occupational Exposure Limits (SCOEL) maakt onderscheid tussen de slecht oplosbare chroom VI-verbindingen en de overige goed oplosbare verbindingen. Volgens het SCOEL biedt een grenswaarde van 50 microgram/m3 (0,05 mg/m3) als TGG-8uur voldoende (adequate) bescherming bij slecht oplosbare chroom VI-verbindingen. Voor de oplosbare chroom VI-verbindingen geeft het SCOEL in overweging een grenswaarde vast te stellen van 10 microgram/m3 (0,01 mg/m3). Diverse landen hanteren verschillende grenswaarden. Meer informatie is te vinden op de website van de SER

Chroom VI en REACH autorisatie

De Europese regels rond chemische stoffen (REACH) sturen aan op reduceren van het gebruik van de zogenoemde Substances of Very High Concern (SVHC stoffen) of substitutie van die stoffen door minder gevaarlijke stoffen. In de regel kent REACH twee mogelijkheden: restrictie en autorisatie. Bij chroom VI is gekozen voor autorisatie en dat betekent dat bedrijven chroom VI vrij mogen blijven gebruiken tot 21 september 2017 (sunset date). Daarna mogen bedrijven chroom VI alleen gebruiken als hiervoor autorisatie is verleend door de Europese Commissie. De basis voor een aanvraag is een Sociaal Economische Analyse (SEA) waarmee bedrijven nut en noodzaak voor het mogen blijven gebruiken van chroom moeten aantonen. Diverse individuele bedrijven en consortia van bedrijven (o.a. VECCO en CTAC sub) hebben een autorisatieaanvraag ingediend. De aanvragen worden behandeld door het Europese Chemie Agentschap (ECHA) en van een advies voorzien. De Europese Commissie neemt uiteindelijk een besluit om autorisatie wel of niet te verlenen. Als de autorisatie wordt verleend dan zijn periodes van bijvoorbeeld: vier, zeven of twaalf jaar gebruikelijk. Daarna moet opnieuw autorisatie worden verleend. In het algemeen geldt: hoe beter de onderbouwing van de Sociaal Economische Analyse, des te langer wordt de autorisatieperiode die kan worden toegekend.  

FME en chroom VI autorisatie

FME heeft als standpunt: chroom VI moet worden vervangen waar het kan, maar autorisatie moet aan bedrijven worden verleend waar het moet. FME pleit voor het verlenen van zeer lange autorisatieperiode van 12 jaar of langer.

Het behandelen van metalen met chroom VI is een stap in het productieproces die zonder vergunning buiten Europa kan worden uitgevoerd. Europa staat toe dat de eindproducten (een verchroomde kraan, fietsbel, behandeld aluminium, etc.) gewoon geïmporteerd mogen worden. Reparatie van onderdelen en onderhoud van eerder met chroom VI behandelde producten kunnen opdrachtgevers verplaatsen naar landen buiten Europa. Het indienen van een autorisatieaanvraag duurt twee jaar en de beoordeling door ECHA vergt 18 maanden. Naast de zeer hoge autorisatiekosten voor de aanvrager besluiten klanten een eventuele negatieve uitkomst niet af te wachten en kiest men leveranciers buiten Europa. Europa dreigt ook achter het net te vissen bij internationaal opererende bedrijven die moeten bepalen of ze miljoenen euro’s investeren in fabrieken in Europa of daarbuiten. Deze investeerders willen zekerheid dat hun fabriek niet na vier of zeven jaar ineens zonder vergunning zit.

Economische schade autorisatie in Nederland en Europa

FME, Koninklijke Metaalunie en Vereniging ION hebben bureau Panteia gevraagd om de economische impact te berekenen als autorisatie niet of voor slechts een korte periode wordt verleend. Hieruit blijkt dat er een grote kans is op het sluiten van 171-593 Nederlandse bedrijven met het verlies van 1.999 tot 9.455 arbeidsplaatsen tot gevolg. Door Panteia zijn ook de economische effecten ook voor de 28 Europese landen doorgerekend. Bij zeven jaar autorisatie dreigt een verlies van 94.942 Europese banen, bij slechts vier jaar autorisatie loopt dat op tot 304.997 banen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens het Standard Kosten Model (SCM) een methode die ook in gebruik is bij de Nederlandse overheid en de Europese Commissie.

DOwnload het rapport
De drie branches hebben een brandbrief aan de Europese Commissie (DG Environment, DG Internal Market en DG Social) gestuurd. Hierin wordt de Europese Commissie gevraagd de aanvragers autorisatietermijnen van 12 jaar of langer te verlenen.
Lees de brandbrief

Structurele oplossing noodzakelijk

Zelfs als autorisatietermijnen van 12 jaar of meer worden verleend blijft de Europese maakindustrie last houden van een ongelijk speelveld met niet Europese bedrijven, hoge kosten en onzekerheid in de bedrijfsvoering. Een meer structurele oplossing is nodig. Een algeheel importverbod van met chroom behandelde producten lost bovenstaande problemen in theorie op en restrictie op basis van REACH biedt hiervoor de juridische basis. Maar dit medicijn is erger dan de kwaal, het betekent immers het afscheid van met chroom behandelde producten. Deze route lijkt FME politiek en praktisch onuitvoerbaar.

FME pleit er daarom voor de chroom VI problematiek niet via REACH, maar via de Carcinogenic and Mutagenic Directive op te lossen. 

De beste oplossing is het verhogen van de bescherming van werknemers door betere arbeidsomstandigheden en het verlagen van blootstelling aan chroom VI. FME pleit er daarom voor de chroom VI problematiek niet via REACH, maar via de Carcinogenic and Mutagenic Directive op te lossen.