Nieuws28.06.2019

Digitale Agenda voor BHOS zet digitalisering opnieuw op de agenda, maar mist 'tanden'

Onlangs publiceerde minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS), Sigrid Kaag, haar Digitale Agenda. Hoewel FME de minister prijst dat zij digitalisering in het perspectief van handel en ontwikkelingssamenwerking via deze weg op de agenda zet, bevat de agenda onvoldoende concrete acties om op handelsterrein echt een verschil te kunnen maken. Wat FME betreft een gemiste kans.

liggend_sigrid-kaag-lg_0.jpgDe snelle ontwikkeling van digitale technologie raakt alle lange termijndoelen van het Nederlandse beleid voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Het ministerie van Buitenlandse Zaken wil met de Digitale Agenda voor BHOS inspelen op de kansen en risico’s van digitalisering om de doelen van het BHOS-beleid sneller en effectiever te bereiken.

Download de Digitale Agenda

De Digitale Agenda kent een aanpak langs drie sporen:

  1. Nieuwe interventies om digitalisering te benutten en te faciliteren
  2. Nieuwe coalities om op de juiste schaal digitalisering te bevorderen
  3. Nieuwe kennis om de impact van voortgaande digitalisering te vertalen naar handelingsperspectieven voor Nederland

De bijbehorende beleidsinzet focust zich op vier onderwerpen:

  1. Digitalisering voor ontwikkeling
  2. Aanpassingen in het handelssysteem
  3. Nederland positioneren als digitale koploper
  4. Veiligheid en vrijheid op het net

Digitalisering in nieuw perspectief 

Met deze agenda wordt het belang van digitalisering en de wijd verbreide impact ervan benadrukt, nu ook in het licht van internationale handel en ontwikkelingssamenwerking. In de agenda wordt erkend dat digitale innovaties nieuwe oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen dichterbij brengen. Tegelijkertijd moeten wij inderdaad ook oog houden voor de risico’s die het met zich meebrengt, bijvoorbeeld op terrein van online veiligheid en privacy.

FME steunt het streven om de Nederlandse voorloperspositie op het vlak van digitale innovatie te versterken om daarmee onze sterke concurrentiepositie te behouden. De inzet van het kabinet om Nederland als hoogtechnologisch, innovatief land en digitale koploper van Europa op de kaart te zetten, is hierbij wat FME betreft cruciaal. De agenda besteedt in dit kader terecht aandacht aan Artificial Intelligence (AI). De kracht van AI kan bijdragen aan werkgelegenheid, innovatie en groei en is daarmee onmisbaar in deze discussie.

Verder zijn de voorgestelde aanpassingen in het handelssysteem om tegemoet te komen aan de snelle technologische vooruitgang broodnodig. Het is hierbij positief dat men zich uitspreekt voor vrije datastromen, tegen datalokalisatievereisten en wil samenwerken met gelijkgezinde landen om de impact van digitalisering op het handelssysteem verder in kaart te brengen.

Last but not least prijst FME de aandacht voor cybersecurity en het opleiden van cybersecurity specialisten. Cybersecurity is een cruciale randvoorwaarde om de economische en maatschappelijke kansen van digitalisering te verzilveren, voor Nederland en voor ontwikkelingslanden.

Onvoldoende concreet 

Ondanks dat de Digitale Agenda een aantal goede algemene richtingen bevat, is FME ook kritisch. Ten eerste toont deze agenda opnieuw de disbalans in de hulp- en handelsagenda. Dit wordt vooral duidelijk als men kijkt naar de inzet van het kabinet op de centrale pijlers van de agenda. Hoewel er concrete intiatieven op gebied van ontwikkeling genoemd worden zoals 'Information Technology for Development', het 'Digital Development Partnership' en de 'Digital for Development Coalition', wordt er voor de handelskant niets genoemd. Hooguit wordt het geschoven onder 'aandacht voor kansen en risico’s van digitalisering in alle onderdelen van het BHOS-beleid'. En Nederland is actief in coalities rond de 'Digital Single Market', maar wat de inzet van Nederland hierbij is, is onduidelijk.

De disbalans in de hulp- en handelsagenda wordt ook geillustreerd door wel aandacht te besteden aan de normstellende rol van Nederland ten aanzien van standaarden voor bescherming van persoonsgegevens en veiligheid op het net, maar het onderwerp standaardisatie vanuit het perspectief van handelskansen totaal niet te benoemen. Toenemende robotisering en ICT-koppelingen voor interne processen en verbinding met processen van derden vragen om vergaande standaardisatie. Als je als Nederland en Europa hierin kunt vooroplopen, heb je een concurrentievoordeel. Dit komt echter nergens in de agenda aan bod.

Ten tweede wordt de invulling van de actielijn 'Nederland positioneren als digitale koploper' nauwelijks concreet. De genoemde inzet op dit punt is weinig meer dan het streven zelf. Om dit doel te behalen is het belangrijk in het algemeen in te zetten op versterking van bilaterale innovatieecosystemen, handelsbevordering vanuit een waardeketenbenadering aan te vliegen en een nauwere interdepartementale samenwerking met het ministerie van Economische Zaken (zoals de internationaliseringsagenda’s van de topsectoren) essentieel.

Bovendien verdient het onderwerp Smart Industry een centrale plek binnen deze actielijn. Door binnen de handelsagenda meer in te zetten op Europese samenwerking op dit onderwerp, worden bedrijven efficiënter, kunnen zij flexibeler produceren en hebben daarmee een concurrentievoordeel op internationale markten. Er worden al goede stappen gezet op dit front door samen te werken met Duitsland, maar hier is nog veel meer potentieel te benutten. Wij missen duidelijke keuzes op dit front en er zou meer en specifieker op moeten worden ingezet. Wat FME betreft een gemiste kans.

Tot slot is het uitgangspunt van de agenda dat Nederland vooral veel te brengen heeft richting ontwikkelingslanden (ondersteuning) en wordt vergeten dat wij ook van deze landen kunnen leren (samenwerking). Zo heeft Nederland nog geen nationale AI-strategie, terwijl zelfs een land als Kenia die wel heeft. Ook kan ons land leren van deze landen als het aankomt op omgang met dit soort technologieën door de grote schaal van de bevolking (veel data) en de versnelde transitie waar zij in zitten (van papier direct naar de cloud waarbij de vaste PC-'stap' wordt overgeslagen).