Blog07.11.2019
Door: Kimberley Collée

Einde slapende dienstverbanden in zicht?

Slapende dienstverbanden moeten op verzoek van de werknemer beëindigd worden, onder toekenning van de transitievergoeding. Dit is het advies van advocaat-generaal De Bock aan de Hoge Raad.

liggend_slaap_0.jpgDoor verschillende rechters werd geoordeeld dat het slapend houden van een dienstverband is toegestaan en niet in strijd is met goed werkgeverschap. Dit was tot voor kort dan ook de lijn in de jurisprudentie. Echter, begin dit jaar volgde een aantal uitspraken waarin anders werd geoordeeld: het in stand houden van een slapend dienstverband kan in sommige situaties wel in strijd zijn met goed werkgeverschap. Deze uitspraken zorgden voor nogal wat discussie. In de hoop meer duidelijkheid hierover te krijgen en een einde te maken aan deze discussie heeft de rechtbank Limburg hierover op 10 april 2019 prejudiciële vragen - dit zijn vragen aan de hoogste rechter over uitleg van een rechtsregel - gesteld aan de Hoge Raad. Naar aanleiding hiervan heeft advocaat-generaal De Bock onlangs een advies uitgebracht.

De Bock vindt dat een werkgever in beginsel verplicht is om op verzoek van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer een slapend dienstverband te beëindigen onder betaling van de transitievergoeding. Werkgevers worden immers door het UWV gecompenseerd voor betaling van de transitievergoeding, waardoor het argument dat een werkgever op hoge kosten wordt gejaagd, niet meer op gaat. Daarnaast is het uitgangspunt van de wetgever met de Wet Compensatie Transitievergoeding dat slapende dienstverbanden moeten worden beëindigd. Op grond daarvan brengt de eis van goed werkgeverschap met zich mee dat een werkgever een werknemer niet in een slapend dienstverband mag houden. De oprekking van de norm van goed werkgeverschap leidt er volgens De Bock niet toe dat hiermee een ontslagplicht wordt bewerkstelligd. Er wordt slechts een norm ontwikkeld waarbij als uitgangspunt geldt dat de werkgever een slapend dienstverband dient te beëindigen.

Op deze verplichting dient volgens De Bock alleen een uitzondering te worden gemaakt als de werkgever stelt en bewijst dat hij belang heeft bij het in standhouden van de arbeidsovereenkomst door:

  • Het bestaan van reële re-integratiemogelijkheden voor de werknemer;
  • Financiële problemen van de werkgever door het moeten voorfinancieren van de transitievergoeding;
  • Het niet (geheel of gedeeltelijk) gecompenseerd zullen krijgen van de transitievergoeding;
  • Mogelijke andere belangen van de werkgever bij het in dienst houden van de werknemer anders dan de enkele wens om de transitievergoeding niet te hoeven betalen.  

De conclusie van de advocaat-generaal is slechts een advies aan de Hoge Raad. Het is dus nog wachten op het oordeel van de Hoge Raad zelf. Wanneer de Hoge Raad uitspraak doet is nog niet bekend.

Indien de Hoge Raad het advies van De Bock volgt, lijkt dit het einde te betekenen voor de slapende dienstverbanden.

Het is nu aan de Hoge Raad om de knoop door te hakken. Of slapende dienstverbanden wel of niet zijn toegestaan, blijft dus nog even onduidelijk. Het advies van FME is echter om, als er financiële mogelijkheden voor zijn, de arbeidsovereenkomst te beëindigen en de transitievergoeding te betalen. Dit in verband met het mogelijke procesrisico.

Lees ook

Slapend dienstverband op losse schroeven?