Nieuws14.11.2019

FME-analyse COEN: gemengde signalen

In het afgelopen kwartaal (k3) verslechterden de prestaties van bedrijven in de technologische industrie vaker dan dat ze verbeterden. Dat blijkt uit een FME-analyse van de Conjunctuurenquête Nederland (COEN). Zo namen de omzet, de productie, de winstgevendheid en de waarde van de orderontvangst bij meer bedrijven af dan toe.

Bekijk de analyse in cijfers

Ook verslechterde de perceptie van het economisch klimaat flink. Dat komt niet als verrassing, omdat ondernemers in de vorige editie van de COEN al negatieve verwachtingen hadden voor het derde kwartaal (zie eerdere FME COEN-analyse). Die verwachtingen zijn uitgekomen. Dat komt deels door seizoeneffecten. Bedrijven presteren doorgaans slechter in het derde kwartaal. Maar nu lagen de prestaties zelfs ver onder wat normaal is voor dat kwartaal.

Meer bedrijven in de technologische industrie zien prestaties in derde kwartaal afnemen, maar verwachtingen toch niet overwegend negatief.

1 grafiek.png

Desondanks verwachten ondernemers niet dat de omzet en de productie in het lopend kwartaal (k4) verder verslechteren. In beide gevallen is de verwachting dat ze weer terugkeren naar een niveau dat dicht tegen het kwartaalgemiddelde voor de periode 2012-2019 ligt. Zo’n opleving zagen we eerder al in de CBS-statistieken van het vorig kwartaal (k3). In de technologische industrie nam de seizoengecorrigeerde dagproductie voor het eerst in tijden toe. En de seizoengecorrigeerde dagomzet stabiliseerde weer na drie kwartalen opeenvolgende krimp. Deze cijfers lijken op gespannen voet te staan met de hierboven gerapporteerde COEN-uitkomsten voor dat derde kwartaal; die geven aan dat meer bedrijven de productie en omzet zagen afnemen dan toenemen. Een mogelijke verklaring is dat de bedrijven waar de prestaties verbeterden relatief groot zijn en daardoor meer invloed hebben op het gemiddelde prestatieniveau in de branche dan een groter aantal kleine bedrijven met slechtere prestaties. De positieve verwachtingen voor de productie en omzet in het lopend kwartaal zijn dan ook beter te begrijpen. Als de kleinere bedrijven toeleveranciers zijn van de grotere, dan kunnen zij dit kwartaal meeliften met de opleving van het grootbedrijf in het vorige kwartaal.

De verwachtingen voor het economisch klimaat en de waarde van orderontvangst zakken wel verder weg. Ondernemers houden er rekening mee dat deze key performance indicators niet alleen onder het niveau van de hoogtijjaren 2017 en 2018 blijven, maar ook onder dat van het langlopend kwartaalgemiddelde. Het beeld is hier dus negatiever dan voor de omzet en productie. Dat kan komen doordat de perceptie van het economisch klimaat gedreven wordt door ontwikkelingen in het buitenland, zoals de handelsoorlog tussen de VS en China. Die ontwikkelingen hebben mogelijk (nog) geen groot effect op de eigen bedrijfsvoering, maar beïnvloeden wel de stemming onder ondernemers. Dat ondernemers vaker aangeven dat de concurrentiepositie op de buitenlandse markt verslechterde in het derde kwartaal ondersteunt dit idee.

2 grafiek.pngDe afkoeling van de economie na de hoogconjunctuur in 2017 en 2018 zien we ook terug op de arbeidsmarkt. Zo nam de personeelssterkte de afgelopen kwartalen minder snel toe. Ondernemers verwachten dat de personeelssterkte net iets vaker zal toenemen dan afnemen in het lopend kwartaal. Die verwachting zit dicht tegen het langlopend kwartaalgemiddelde, maar is wel aanmerkelijk lager dan in voorgaande jaren. In lijn daarmee zien we een lichte daling van het percentage bedrijven dat kampt met arbeidstekorten (van 27% in 2018 naar 23% nu). Ook op de langere termijn, namelijk voor volgend jaar, verwachten ondernemers dat het personeelsbestand duidelijk minder snel zal groeien dan in voorgaande jaren. Daarmee is de krapte op de arbeidsmarkt nog niet verdwenen natuurlijk, maar het verergert in ieder geval niet. Ook het CPB raamt dat de werkloosheid volgend jaar nog laag zal blijven.

grafiek 3.png