Nieuws03.12.2018

FME blij met respijt voor afbouw Gronings gas voor 200 bedrijven

Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat de negen grootste verbruikers van Gronings gas in Nederland wettelijk verplicht worden om hier voor oktober 2022 mee te stoppen. Het gaat om de bedrijven die elk jaarlijks meer dan honderd miljoen kubieke meter Gronings aardgas verbruiken. Die bedrijven moeten dan overgestapt zijn van het laagcalorische gas uit Groningen op hoogcalorisch gas of een duurzame andere oplossing. De bijna 200 andere bedrijven die eerder te horen kregen dat ze van het Groningse gas af moeten, krijgen respijt.

Respijt voor afbouw Gronings gas

FME reageert verheugd op de brief van minister Wiebes waarin staat dat ca. 200 bedrijven die eerder te horen kregen dat ze vóór 2022 van het Groningse gas af moeten, respijt krijgen. Bij deze 200 bedrijven stonden ook FME-leden vermeld. Gesprekken van FME met haar leden heeft geleerd dat de versnelde afbouw van gas complex is. De bedrijven hadden als belangrijkste opties om te investeren in elektrificatie of over te schakelen op ander gas. 

Gas.jpgOm zonder Groningen gas te produceren zijn grootschalig onderzoek, innovatie en veel investeringen nodig en moet de infrastructuur ook tijdig aangelegd zijn. Hierdoor ontstond voor bedrijven het grote risico voor 2022 de verkeerde investering te doen. FME heeft daarom bij de Klimaatakkoord-onderhandelingen dit risico benoemd en aangegeven dat de komende jaren beter kunnen worden besteed aan energiebesparing. FME is blij dat de minister met de negen grootste gasverbruikers afspraken weet te maken waardoor de andere 200 bedrijven uit hun tijdsklem bevrijd worden. Minister Wiebes geeft aan dat deze groep zich nu eerst kan concentreren op de verduurzaming van hun bedrijfsprocessen. 

200 bedrijven uit hun tijdsklem bevrijd

De aankondiging van minister Wiebes om bedrijven van gas af te schakelen heeft voor veel onrust gezorgd bij onze leden. Het besluit van vandaag biedt meer zekerheid voor onze industrie en zorgt voor een eenduidige focus op de Nederlandse energietransitie.