Nieuws26.02.2020

FME-reactie nieuwe invulling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE++)

In september 2020 verandert de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE++). Dit is het gevolg van afspraken uit het regeerakkoord waarin staat dat de subsidieregeling wordt verbreed waardoor ook CO2-reductietechnologieën aanspraak kunnen maken. Het gaat onder andere om waterstoftechnologie, industriële warmtepompen en CO2-opslag. De recente brief van minister Wiebes aan de Tweede Kamer laat zien dat de SDE++ een budget van 5 miljard heeft. De regeling staat open van 29 september tot en met 22 oktober 2020

FME heeft de nieuwe SDE++-regeling bestudeerd en ziet een groot aantal positieve elementen, maar er zijn ook nadere verbeteringen noodzakelijk.

Positief

  • De opname van elektrolyse van waterstof in de SDE++, ook al zal deze maar maximaal 300 euro per ton CO2 kunnen afdekken waar de verwachte kosten ca. 1.000 euro per ton CO2 zijn.
  • De toevoeging van industriële warmtepompen en E-boilers in de SDE++. FME steunt deze ontwikkeling van power-2-X via het FME Fieldlab Industriële Elektrificatie.
  • CCS - de afvang en opslag van CO2 - is opgenomen in de regeling met een plafond van 7,2 Mton CO2. Zonder CCS wordt het voor de metallurgische industrie niet mogelijk om de klimaatdoelen te halen. CCS ontvangt SDE++ subsidie zolang er geen aantoonbare alternatieven zijn.

Verbeterpunten

  • De eis dat PVT-systemen, die zowel elektriciteit als warmte produceren, alleen mogen worden ingediend in de categorie zon-PV, vindt FME niet logisch. PVT-systemen zijn gemiddeld duurder dan PV-systemen, leveren meer CO2-reductie op, maar krijgen nu dezelfde subsidie als PV-systemen.
  • De eis dat carports worden ingedeeld bij gebouwgebonden PV-systemen groter dan 1 MWp, lijkt niet logisch. De eis van 1 MWp vermogen komt overeen met ongeveer 700 parkeerplaatsen. Een gemiddeld MKB-bedrijf haalt dat niet.
  • Zon-PV op daken is een belangrijke aanbeveling uit de FME-Klimaatroutekaart en het is goed dat het kabinet hierop inzet. Desondanks stellen FME en anderen vast dat 6.000 projecten niet voor SDE++ subsidie in aanmerking komen omdat de pot nu al leeg is, zie ook ons eerdere nieuwsbericht.

Conclusie 

FME ziet de SDE++ openstelling als een mooie eerste stap waarmee de industrie ondersteuning krijgt voor haar bijdrage aan de klimaatopgave. Daarbij is het belangrijk te blijven beseffen dat de industrie de SDE++ regeling ook zelf betaalt. Kijken we naar 2021 en 2030 dan wordt ook duidelijk dat veel technologieën op dit moment nog onvoldoende in beeld zijn voor ondersteuning. Dit terwijl die juist een cruciale bijdrage leveren aan de innovatieve oplossingen die nodig zijn voor de energietransitie. Voor het opschalen van groene waterstof via elektrolyse of energieopslagtechnologie is bijvoorbeeld eerst een specifiek instrument nodig. Dit geldt ook voor de inzet van biomassa en afval, als grondstof voor producten en membraantechnologie. Daar is de SDE++ nu ook niet toepasbaar. De SDE++ brief is dus een goede start, maar er is nog meer nodig en veel zal ook afhangen van de uitvoering.

De SDE++ vormt het sluitstuk van een innovatietraject van nieuwe duurzame technologie die te verdelen is in drie stappen: demonstratie (DEI+ regeling), opschaling en implementatie (SDE++). In dat innovatietraject is de fase van opschaling het meest kwetsbaar en deze wordt financieel (nog) niet goed ondersteund. De opschalingsfase valt qua financiering als het ware tussen wal (DEI+ regeling) en schip (SDE++ regeling). FME pleit daarom voor een aparte subsidieregeling die opschaling faciliteert, namelijk via: de Regeling Opschaling Energie Innovatie (ROEI) met een budget van €50 miljoen per jaar. Daarmee wordt voorkomen dat de aanvoer van duurzame technologie die kan worden opgenomen in de SDE++ opdroogt.

Download de SDE++ brief
 

Zelf SDE++ subsidie aanvragen?

FME kan je hierbij helpen. Onze adviseurs hebben veel kennis en ervaring hiermee.

Maak gebruik van onze gespecialiseerde adviseurs