Nieuws05.10.2018

Kabinetsappreciatie Klimaatakkoord: Industrie moet meebetalen aan Energietransitie

Het kabinet heeft vrijdag 5 oktober haar kabinetsappreciatie op de hoofdlijnen van Klimaatakkoord openbaar gemaakt. FME vat de belangrijkste uitgangspunten van deze reactie van het kabinet als volgt samen:

Gebouwde omgeving

Voor de gebouwde omgeving ziet het kabinet een belangrijke rol weggelegd voor woningcorporaties. Per 2019 wordt daarom besloten om een structurele verlaging van de verhuurdersheffing van €100 miljoen per jaar door te voeren. Dit zorgt ervoor dat de duurzame investeringscapaciteit van woningcorporaties wordt vergroot. De klimaatakkoordplannen rondom aanpassing van de energiebelasting - waarbij de belasting op elektriciteit daalt en op gas stijgt - vindt het kabinet te groot. Hiervoor zijn nieuwe aanpassingen aan de tafel gebouwde omgeving noodzakelijk.

Elektriciteit

Het kabinet reageert positief op het voorstel van elektriciteitstafel om op termijn geen subsidie meer uit te keren voor de ontwikkeling hernieuwbare elektriciteit. Daarnaast ziet het kabinet het beprijzen van de CO2-uitstoot als belangrijke bouwsteen van effectief klimaatbeleid. De Nederlandse inzet blijft dan ook op gericht op effectieve beprijzing binnen Europa. Het kabinet houdt vast aan de invoering van een CO2-minimumprijs per 2020, maar neemt de risico’s voor de leveringszekerheid in overweging.

Industrie

In reactie op de plannen van industrietafel geeft het kabinet aan aandacht te hebben voor de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse industrie. Daarentegen ziet het kabinet ook kansen om de industriële concurrentpositie op de (middel)lange termijn duurzaam te versterken. Het kabinet vindt daarom dat zowel de overheid als de industrie gezamenlijk moeten bijdragen aan de benodigde investeringen. Het kabinet kiest hierbij voor een aanpak langs drie sporen en vraagt de industrietafel om hiervoor voorstellen te doen.

  • Spoort 1 ‘Kostenreductie’: CO2-reductie in de industrie wordt voortaan ondersteund via de SDE+ middelen.
  • Spoor 2 ‘Borging’: Een borgingsmechanisme, zoals een CO2-heffing op het niveau van de sector, moet door de industrietafel als stok achter de deur worden uitgewerkt. Hierbij geldt dat de opbrengsten van deze CO2-heffing worden teruggesluisd naar de industrie. De industrie kan deze middelen inzetten voor CO2-besparende maatregelen binnen de randvoorwaarde dat deze aanwending aantoonbaar doelmatig is.
  • Spoor 3: ‘Maatwerk’: Een aanzienlijk deel van de industriële CO2-uitstoot in Nederland komt voor rekening van een beperkt aantal bedrijven. Het kabinet vraagt de tafel dan ook om een voorstel te doen hoe maatwerkafspraken met individuele bedrijven moeten worden vormgegeven.
enquete

Reactie FME op kabinetsbrief Klimaatakkoord

Wij zijn blij dat het kabinet de regie rondom de maatregelen voor CO2-reductie bij de klimaattafels laat liggen.

LEES ONZE VOLLEDIGE REACTIE

Vervolgproces

De reactie van het kabinet op het voorstel voor hoofdlijnen van een Klimaatakkoord geeft richting voor het debat met de Tweede Kamer. Vervolgens gaan betrokken partijen aan de hand van de kabinetsadviezen door met de uitwerking van de klimaatplannen. De minister wil de uitgewerkte voorstellen op 1 december ontvangen, zodat de doorontwikkeling en uitvoering van de voorstellen voortvarend ter hand kunnen worden genomen.