Blog06.08.2018
Door: Bert Verstraten

Uitspraak Hoge Raad schept meer duidelijkheid over de Regeling Vervroegd Uittreden

De Hoge Raad heeft 22 juni 2018 uitspraak gedaan over de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). In deze concrete zaak ging het om een 'vrijwillig vertrekregeling' in een Sociaal Plan. Werknemers die niet boventallig zijn en dus niet op de ontslaglijst staan, kunnen dan kiezen om vrijwillig uit dienst te treden met een ontslagvergoeding. De vrijwillig vertrekregeling stond in dit geval open voor alle leeftijdsgroepen en voorzag in een vergoeding gebaseerd op de kantonrechtersformule.

Bert_Verstraten_217x232_0.jpgDe Hoge Raad oordeelde dat alleen de bedoeling van de regeling doorslaggevend is voor de vraag of sprake is van een RVU. Die bedoeling moet blijken uit de tekst en de voorwaarden van een dergelijke regeling.

De feitelijke uitwerking van de regeling (sommige werknemers overbruggen met zo’n regeling inderdaad de periode tot aan pensioen) doet dan volgens de Hoge Raad niet terzake. Omdat uit de tekst van dit Sociaal Plan bleek dat de regeling openstond voor alle leeftijdsgroepen en de kantonrechtersformule de rekenmethode was (gebaseerd op lengte dienstverband) kon niet geoordeeld worden dat de regeling de bedoeling had werknemers tot aan het pensioen van inkomen te voorzien.

Conclusie

In Sociale Plannen kunnen vrijwillig vertrekregelingen aangeboden worden, zolang deze openstaan voor alle leeftijdsgroepen en een objectieve rekenmethode voor de vergoeding wordt gebruikt. Dat is goed voor onze sector, omdat aan dergelijke regelingen in de praktijk behoefte is. Dit arrest van de Hoge Raad was welkom. 

De RVU is opgenomen in artikel 32 ba van de Wet op de loonbelasting. Financiële stimuleringsregelingen (ontslagvergoedingen) die de oudere werknemer een aanvulling bieden op het inkomen tot aan de pensioendatum worden op grond van die regeling belast met een eindheffing van 52% over de door werkgever verstrekte vergoeding.