Blog05.11.2018
Door: Kimberley Linnenbank

Wat is de waarde van een vakantiedag bij einde dienstverband?

Wat is de waarde van een vakantiedag, indien bij einde dienstverband de niet genoten vakantiedagen van de werknemer uitbetaald moeten worden? Dat is een vraag die door veel werkgevers wordt gesteld, daarom geven we je graag het antwoord.

vakantiedagen 660 x 440.jpgBij einde dienstverband moet de werkgever alle niet opgenomen vakantiedagen uitbetalen op grond van artikel 7:641 BW. Maar wat is nou de waarde van zo’n vakantiedag? Het uitgangspunt is dat de werknemer gedurende vakantie in een economisch gelijke positie moet worden gebracht als tijdens gewerkte periodes. Tijdens vakantie moet de werknemer dan ook zijn normale loon ontvangen. Daarbij moeten alle componenten die 'intrinsiek samenhangen met de werkzaamheden' worden meegenomen.

Kimberley Linnenbank 660 x 660.jpgBij uitbetaling van vakantiedagen bij einde dienstverband wordt vaak uitgegaan van het overeengekomen loon en de vakantietoeslag. Desondanks blijkt uit vaste rechtspraak dat naast het overeengekomen loon en de vakantietoeslag ook een vaste dertiende maand, eindejaarsuitkering, winstdeling, bonus, provisies en persoonlijke toeslagen tot het vakantieloon kunnen behoren. Tot voorkort behoorde ook het werkgeversdeel van de pensioenpremie tot het vakantieloon. Op 7 augustus 2018 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hier verandering in gebracht. Het hof heeft toen geoordeeld dat het werkgeversdeel pensioenpremie niet tot het vakantieloon behoort.

Het hof legt hieraan ten grondslag dat de werknemer gedurende het bestaan van de arbeidsovereenkomst nooit aanspraak heeft kunnen maken op uitbetaling van het werkgeversdeel pensioenpremie. Het ziet op een betaling aan een derde (het pensioenfonds) en geen vergoeding die de werkgever aan de werknemer is verschuldigd. De werknemer heeft er wel recht op dat deze bijdrage wordt voldaan aan het pensioenfonds, maar heeft zelf geen recht op dit bedrag en kan het dan ook niet voor andere doeleinden gebruiken. Het hof is daarnaast van oordeel dat het werkgeversdeel van de pensioenpremie niet in intrinsiek verband staat met de werkzaamheden, maar meer in verband met het bestaan van de arbeidsovereenkomst. Uit de jurisprudentie van het HvJ EU volgt bovendien dat het normale loon dat moet worden betaald tijdens vakantie bepalend is voor de berekening van de vergoeding voor de bij einde dienstverband niet opgenomen vakantiedagen. Daaruit volgt niet dat het vakantieloon meer moet zijn dan het normale loon. Dat zou ook in strijd zijn met het uitgangspunt bij het opnemen van vakantiedagen dat werknemers geen financiële belemmeringen mogen ondervinden bij het opnemen van vakantiedagen. Indien een niet opgenomen vakantiedag tegen een hogere vergoeding aan het einde van de arbeidsovereenkomst kan worden verzilverd dan het loon dat tijdens de vakantie moet worden doorbetaald, zou dat juist kunnen leiden tot perverse prikkels om geen vakantie op te nemen.

Met deze conclusie staat de uitspraak van het hof lijnrecht tegenover eerdere uitspraken. Daarmee is nu onzeker of het werkgeversdeel tot het vakantieloon moet worden gerekend of niet. Werkgevers dienen er rekening mee te houden dat de waarde van een vakantiedag meer omvat dan alleen het overeengekomen loon en de vakantietoeslag.