Smart Working: investeer in de beroepsbevolking

Het tekort aan arbeidskrachten remt ons groeivermogen én onze mogelijkheden om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Door de hoge arbeidsproductiviteit en de technologische vernieuwingen dragen onze bedrijven bij aan een hogere welvaart en welzijn.

Lees onze deelanalyses:

Het kabinet móet daarom investeren in de beroepsbevolking. Een leven lang ontwikkelen is daarvoor essentieel. De middelen die de overheid hiervoor beschikbaar stelt via onder andere het STAP-budget (stimulans van de arbeidsmarktpositie) zijn versnipperd en onvoldoende. De overheid verdeelt geld ten gunste van de technische universiteiten, waarmee zo snel mogelijk een einde moet komen aan numeri fixi bij technische opleidingen. Maar meer middelen zijn nodig voor een duurzame oplossing.

De Wet arbeidsmarkt in balans treedt in werking. Deze maatregel is gericht op het verbeteren van de balans op de arbeidsmarkt. Hiermee pakt het kabinet het verschil in kosten en bescherming van flexibele en vaste contracten aan. Een vast contract wordt minder risicovol voor de ondernemer terwijl medewerkers met een flexibel contract meer zekerheden krijgen.

Onderwijs

We zien te weinig investeringen en ambities. Technologische veranderingen en de mismatch op de arbeidsmarkt dwingen het kabinet om serieus te investeren in menselijk kapitaal. Dit zien wij niet terug.

Wij zijn positief over:

  1. Er komt structureel meer geld beschikbaar voor techniek in het hoger onderwijs. Naast een herverdeling van de bekostiging van het hoger onderwijs naar bèta en techniek, investeert het kabinet jaarlijks € 37 miljoen extra om er voor te zorgen geen enkele universiteit of hogeschool er op achteruit gaat.
  2. De subsidieregeling praktijkleren (vooral Beroepsbegeleidende Leerweg - BBL) blijft behouden.
  3. Gezien de tekorten van technici op de arbeidsmarkt wordt er structureel jaarlijks € 4 miljoen extra beschikbaar gesteld voor zij-instroom van docenten voor bèta- en techniekopleidingen in het mbo
  4. OCW stelt via NWO € 5 miljoen beschikbaar om onder andere de inzet van vrouwen in bèta en techniek te stimuleren.

Wij zijn kritisch over:

  • Een echte doorbraak op een leven lang ontwikkelen blijft uit. FME pleit voor een deltaplan voor leven lang ontwikkelen inclusief een serieuze investeringsagenda van € 2 miljard. Kabinet zegt leven lang ontwikkelen belangrijk te vinden, maar investeringen zijn onvoldoende.
  • We zien nog geen concrete stimulans voor de inzet van hybride docenten uit het bedrijfsleven in het onderwijs.
  • De technologiesubsidies voor het basis- en voortgezet onderwijs worden niet gecontinueerd en OCW draagt niet bij aan het publiek-private platform om technologie in het onderwijs te stimuleren.

We zijn blij dat de subsidie praktijkleren beschikbaar blijft. Tegelijk hebben we een kritische noot. BBL is een belangrijk instrument om meer vakmensen in Nederland op te leiden. BBL opleidingen helpen de te verwachte tekorten aan vakmensen te bestrijden. Onlangs is berekend dat de maatschappelijke baten van de BBL zeer fors zijn. Daarom verwachten we juist een investering in de BBL in plaats van de langzame teruggang die we nu zien.

We vinden het positief dat de uitkomsten van Commissie van Rijn zijn overgenomen en dat er bij de verdeling van gelden in het hoger onderwijs structureel rekening wordt gehouden met het aandeel techniekstudenten. Meer techniekstudenten, betekent vanaf 2020 meer geld. Dit is een stap in de juiste richting om numeri fixi op technische opleidingen op te heffen. Om alle problemen in het technisch onderwijs op te lossen zijn echter nog meer investeringen nodig.

FME pleit al geruime tijd voor een fiscale maatregel van € 5 miljoen om bedrijven tegemoet te komen voor het inzetten van hun medewerkers in het onderwijs (de zgn. hybride docenten). Het is een gemiste kans om dit nu niet op te nemen. Hierdoor dreigt de gewenste samenwerking in de onderwijspraktijk tussen onderwijs en bedrijfsleven onvoldoende tot stand te komen.

Bij de start van het Techniekpact heeft de overheid geïnvesteerd in de aandacht voor technologie in het onderwijs. Deze subsidies voor het basis- en voortgezet onderwijs worden niet gecontinueerd. FME is samen met andere private partijen bereid jaarlijks € 5,6 miljoen te investeren in een platform om bèta techniek in het onderwijs te stimuleren en faciliteren. OCW wil hier niet structureel op mee-investeren. Hiermee mist de overheid een kans om te zorgen dat alle jongeren hun talent voor technologie en ict kunnen ontdekken en ontplooien, en hiermee het fundament te leggen voor een toekomstbestendige technisch opgeleide beroepsbevolking.

Arbeidsmarkt

Veranderingen op de Nederlandse arbeidsmarkt volgen elkaar snel op. Daarom zijn fundamentelere aanpassingen in de wet- en regelgeving zijn nodig. Het kabinet zet met de plannen op Prinsjesdag een eerste stap. 

Wij zijn positief over:

  1. Versoepeling van het ontslagrecht (ontslag ook mogelijk op combinatie van gronden), lagere transitievergoeding, toestaan van drie contracten binnen 3 jaar. 
  2. Compensatie voor de betaalde transitievergoeding bij beëindiging dienstverband na 2 jaar ziekte. 
  3. Invoering nieuw mkb-pakket maatregelen voor loondoorbetaling bij ziekte en WIA. 
  4. Hoopvol pensioenakkoord, maar er liggen nog grote uitdagingen op de korte termijn.

Wij zijn kritisch over:

  • Kabinet speelt niet snel genoeg in op de snel veranderende economische en internationale omstandigheden. 
  • Lastenverzwaring werkgevers: transitievergoeding vanaf eerste dag dienstverband, aanscherping regelgeving oproepkrachten en payrolling.  
  • Invoering van de gedifferentieerde' Awf-premie, waarbij de WW-premie afhangt van de aard en omvang van het dienstverband en niet langer bepaald wordt door de sectorindeling. 

Het kabinet komt met een breed pakket aan maatregelen om vaste contracten aantrekkelijker te maken voor werkgevers. De Wet arbeidsmarkt in balans, die per 1 januari in werking treedt, moet daarnaast ook uitwassen op de arbeidsmarkt aanpakken. 

Naast aanpassingen in wetgeving voor flexibele arbeidsrelaties (oprekken ketenbepaling, beperkingen voor oproepovereenkomsten en payrolling), wordt ook het ontslagrecht op onderdelen gewijzigd (introductie cumulatiegrond, verlenging maximale proeftijd en transitievergoeding vanaf de eerste dag van het dienstverband). De WW-premie zal vanaf 2020 afhankelijk zijn van het soort arbeidscontract en niet langer bepaald worden door de sectorindeling.  

Nieuwe ZZP-wetgeving en aanpassing van de pensioenwetgeving laten nog tot respectievelijk 2021 en 2022 op zich wachten.   

Het kabinet speelt niet snel genoeg in op de veranderende economische en geopolitieke ontwikkelingen waardoor er nu geen voorzorgsmaatregelen voor een arbeidsmarkt in crisistijd, zoals een tijdelijke deeltijd-ww regeling, genomen worden. 

Het kabinet zet een eerste stap naar een beter functionerende arbeidsmarkt. Maar fundamentelere aanpassingen in de wet- en regelgeving zijn nodig, zodat deze beter aansluit bij de behoeften en omstandigheden van deze tijd én bij die van de toekomst. Wij zijn benieuwd naar het advies van de commissie Borstlap (regulering van werk), die op verzoek van het kabinet onderzoekt of de regels die gelden rondom het verrichten van werk nog passen bij de manier waarop we werken.