Meerjarige zekerheid is cruciaal voor private investeringen in innovatie. Uit de evaluatie[1] van de WBSO blijkt dat de regeling zowel bij grote bedrijven als het mkb goed werkt en daadwerkelijk private loonuitgaven aan speur- en ontwikkelingswerk bevordert. Ook de innovatiebox is een onmisbare pijler van het industriële vestigingsklimaat in Nederland, waarin R&D-intensieve grote bedrijven nauw samenwerken met innovatieve mkb-bedrijven. FME pleit voor bestendiging van het fiscaal innovatie-instrumentarium.

De WBSO is een belangrijke innovatieregeling voor ondernemingen in Nederland. Vooral het mkb heeft veel profijt van deze regeling, 64% van het budget gaat naar het mkb [2]. Ondernemingen kunnen de financiële lasten van research en development (R&D-)projecten verlagen via de WBSO. De WBSO verlaagt de loonkosten en andere kosten en uitgaven voor R&D-projecten. De WBSO werkt met twee schijven met een verschillend voordeelpercentage voor alle S&O-kosten. Ieder jaar dreigt het weer te gebeuren dat de percentages neerwaarts worden aangepast. Zo ook nu weer. FME vindt dat daarmee innovatie wordt afgeremd en dat is slecht voor de Nederlandse ondernemingen.

In de Miljoenennota 2018 is voor de WBSO 1.163 miljoen euro in de begroting opgenomen. Om de WBSO op het huidige niveau te houden is 1.242 miljoen euro nodig. Met de voorliggende begroting ontstaat er een tekort van 79 miljoen euro. Uitgaande van de huidige inzichten betekent dit naar verwachting een daling van het tarief van de eerste schijf van 32% naar 31% en een daling van de tweede schijf van 16% naar 14%. Dit heeft direct invloed op de innovatiekracht van bedrijven. FME pleit voor reparatie van het gat van 79 miljoen, zodat de WBSO op niveau blijft.

FME is nog in gesprek met het ministerie van Economische Zaken over de knelpunten die zijn ontstaan door de beperking van de definitie van R&D. Eerder is de WBSO-categorie ‘procesgericht technisch onderzoek’ komen te vervallen. En dat knelt, want juist in deze tijd van digitalisering doen veel bedrijven eigen onderzoek naar nieuwe productieomgevingen waarin ICT, sensoriek en andere ‘smart systemen’ een rol spelen.

Per 1 januari 2017 is de innovatiebox aangepast. Dit conform de afspraken die Nederland met de OESO heeft moeten maken. Vanaf 1 januari 2017 moet de R&D in belangrijke mate plaatsvinden in het bedrijf dat gebruik maakt van de innovatiebox. Ook mogen bedrijven minimaal 30% van hun R&D uitbesteden aan de met hen verbonden bedrijven. FME onderstreept het grote belang van de innovatiebox voor de hoog innovatieve industrie in Nederland. Het is onontkoombaar dat het kabinet de implementatie van de OESO-afspraken in de Nederlandse wet vormgeeft, maar wij pleiten er wel voor dat de toegang tot de Nederlandse innovatiebox niet verder wordt beperkt dan de OESO voorschrijft.

Wat willen we bereiken?

FME pleit voor bestendiging van het fiscaal innovatie-instrumentarium. Meerjarige zekerheid is de beste voedingsbodem voor private investeringen in innovatie.

[1] EIM, Evaluatie WBSO 2006-2010, februari 2012 
[2] EZ, Brief van het Ministere van Economische Zaken aan de Tweede Kamer, 15 september 2017

Downloads en publicaties
13.11.2017FME | Brief Belastingplan 2018Downloaden
12.10.2016FME | Brief vaste commissie EZ - Bedrijfslevenbeleid en Innovatie | 12.10.2016Downloaden
11.04.2016FME | Brief vaste commissie Financiën - Evaluatie van de Innovatiebox | 11.04.2016Downloaden
Meer weten?
Geert HuizingaManager Industriebeleid