arrow btn arrow right arrow left chevron mouse pulser checkmark date calendar

Macro-analyse

Trend

We kunnen kort zijn over de staat van de economie: die is op dit punt ronduit slecht. De vraag is nu hoe de economie zich herpakt en een weg vindt in de richting van herstel. Bij uitblijven van een nieuwe lockdown voorziet het CPB een BBP-daling van -5,0% dit jaar en een groei van +3,5% in 2021. Dat is een onvolledig herstel in 2021, wat betekent dat de coronacrisis een langdurig effect op onze welvaart heeft. Hieronder vind je een analyse van de ontwikkelingen op macro-economisch niveau.

Pijnlijk productieverlies voor de maakindustrie

De afgelopen maanden hebben coronamaatregelen de economie hard getroffen. Met als gevolg een historische BBP-daling in het tweede kwartaal van -9,3% ten opzichte van datzelfde kwartaal een jaar eerder, in 2019. De grootste verliezers waren de bedrijfstakken voor cultuur en recreatie (-37,4%) en de handel, vervoer en horeca (-16,6%). Daarentegen hadden de landbouw (-0,1%) en financiële instellingen (+1,4%) relatief weinig last van de maatregelen. De maakindustrie noteert een pijnlijk productieverlies van -7,9% in het tweede kwartaal.

Productie ontwikkeling

Herstel vlakt af in Europa

De industrie in veel andere landen doet het nóg slechter. Het zal niemand verbazen dat de economieën in het zuiden van Europa, waar het virus bijzonder hard om zich heen greep, de productie verder zagen teruglopen. De bovenstaande grafiek laat zien dat de productie in de Italiaanse maakindustrie in april nog slechts de helft was van februari. Ook in Frankrijk, Spanje, Engeland en Duitsland stortte de productie verder in dan in Nederland. Aan de andere kant zien we nu dat die landen wel een sneller herstel laten zien. Vooral in mei nam de productie met grote sprongen toe. Dat herstel vlakt nu weer wat af. Dat afvlakken van het herstel is een bron van zorgen. Waar menig econoom in eerste instantie nog hoopte op een V-vormig herstel, blijkt de weg terug omhoog nu een stuk hobbeliger te zijn. Ook in de Nederlandse maakindustrie blijft de situatie zorgelijk door vraaguitval met als gevolg lage niveaus van productie.

Productie niet op oude niveau

Net als tussen landen doet de coronacrisis zich ook anders voor tussen bedrijfstakken binnen de technologische industrie. Vooral de auto- en aanhangwagenindustrie heeft het uitzonderlijk zwaar. Het productieniveau in april liep terug tot ongeveer een kwart van dat in februari. Een ongekende terugval. Ook de basismetaalindustrie en de industrie voor de reparatie en installatie van machines zakten verder weg. De grootste verliezer – de auto- en aanhangwagenindustrie – herstelde in mei en juni weer sneller. Maar dat relatief snelle herstel laat vooral zien hoe diep het dal was en de vraag is of de groei niet afvlakt nog ver voordat het oude productieniveau bereikt is.

Werken met scenario’s

Hoe de nabije toekomst eruit  ziet is moeilijk te voorspellen, omdat het niet een zaak van economie, maar van virologie is. Dat wil zeggen dat de verspreiding van het virus bepaalt hoe sterk de economie zal lijden. Daarom kunnen we het beste werken met verschillende scenario’s. Dat heeft het CPB gedaan in haar Macro Economische Verkenning (MEV). Die MEV is daarom meer onzeker dan in andere jaren. Het bureau berekent immers een raming voor twee verschillende scenario’s; één scenario waarin de economie niet getroffen wordt door een tweede golf met een lockdown als gevolg en één scenario waarin dat wel het geval is.

Herstel kan lang duren

De geraamde gevolgen van beide scenario’s voor de economische groei in 2020 en 2021 staan in de grafiek hieronder. Bij uitblijven van een tweede golf verwacht het CPB een krimp van de economie van -5,0%. Het jaar daarop groeit de economie waarschijnlijk weer en wel met +3,5%. Dat betekent dat zelfs in dit best case scenario de economie aan het eind van 2021 nog niet terug op het niveau van 2019. Per saldo is dat dus een krimp over de jaren 2020-2021. De crisis heeft daarom langdurige gevolgen voor ons welvaart. Wanneer er wel een tweede golf komt met een nieuwe lockdown tot gevolg, dan krimpt in 2021 de economie verder en kan het herstel pas in 2022 beginnen. Het beeld is duidelijk; de terugval van economische activiteit ging snel, maar het herstel kan wel eens veel langer duren.

BBP

Impact op technologische industrie

Wat betekent dat voor de technologische industrie? De grootste belemmering voor bedrijven, ook in de technologische industrie, is op dit punt de vraaguitval. We zien op dit moment dat de consument de knip op de portemonnee houdt. Dat is deels een geval van involentary saving. Dat wil zeggen dat mensen wel geld uit willen geven, maar dat niet kunnen (omdat je niet of minder makkelijk naar de winkels kan). Dat betekent niet noodzakelijk dat het geld weer gaat rollen als winkels en horeca ruimere openingstijden krijgen. Want mensen kunnen door de onzekerheid voorzichtiger zijn en houden het geld op de spaarrekening als buffer voor mogelijke financiële tegenslagen. Dan blijft het geld op de bank staan en vindt het niet de weg naar de ondernemer. Ook zijn de bedrijfsinvesteringen dit jaar snel teruggelopen, waardoor er minder machines, wagens en apparaten worden aangeschaft. Kortom, herstel moet komen door het verbeteren van consumenten- en producentenvertrouwen. Structureel was er namelijk niets mis met de economie bij aanvang van de crisis. Maar als deze recessie langer aanhoudt, dan kan de werkloosheid flink op lopen (van 3,4% in 2019 naar 10% in 2021 bij een tweede golf, aldus het CPB). En ook de woningmarkt, die tot nu toe weinig reageert op de crisis, kan vastlopen.

Grote onzekerheid onder ondernemers

Het producentenvertrouwen dat nodig is voor herstel is op dit punt nog niet aanwezig in onze achterban. Uit de laatste FME COVID-19 enquête blijkt dat ondernemers in de technologische industrie niet verwachten dat het derde en vierde kwartaal van dit jaar significant beter zullen zijn dan het dramatische tweede kwartaal dat al achter ons ligt. Dat reflecteert vooral de grote onzekerheid onder ondernemers. Die onzekerheid komt niet alleen door ontwikkelingen binnen onze eigen landsgrenzen. FME heeft al vroeg in dit jaar laten zien hoe de technologische industrie via mondiale waardeketens verbonden is met buitenlandse economieën. Het bedwingen van het coronavirus in eigen land volstaat dus niet voor volledig herstel wanneer belangrijke buitenlandse afzetmarkten nog wel in de moeilijkheden zitten.

Kortom, het lijkt er op dat we de bodem van het ravijn hebben bereikt in het tweede kwartaal, maar dat de weg terug omhoog lang niet zo kort en snel is als de weg omlaag.

FME Covid-19 enquête augustus 2020 | exclusief voor leden

Updates

Sluiten