arrow btn arrow right arrow left chevron mouse pulser checkmark date calendar

Dertig procent vrouwen in tech in 2030

Vrouw

De Nederlandse technologische industrie speelt mee in de wereldtop. Zij is de groeimotor van de toekomst en een aantrekkelijke sector om in te werken. Blijkbaar geldt dat nog niet voor vrouwen: het aantal vrouwen dat werkzaam is in een technisch beroep is laag. In 2018 waren dat er 201.000, 13 procent van het totaal aantal medewerkers. Dat moét veranderen. FME wil samen met bedrijven, onderwijs, en de overheid eraan bijdragen dat meer vrouwen kiezen voor – en blijven werken in – de techniek. Eén van de cruciale aspecten daarbij is meer gelijkheid op de arbeidsmarkt. Een grotere gendergelijkheid biedt enorme kansen voor de algehele economie, de technologische sector, bedrijven en individuen.

In de technische sector hebben we iedereen nodig, zeker ook vrouwen. In ons land is beleid er vaak op gericht om parttime werken mogelijk te maken, maar beter is het om juist fulltime werk mogelijk te maken voor werkende ouders. Vrouwen willen ook graag flexibel werken, dus werkgevers gaan dat beter faciliteren. FME heeft de ambitie om in 2030 het aantal vrouwen in de technologische industrie ruimschoots te verdubbelen naar 30%. Onze ambitie realiseren vraagt om teamwork. De overheid moet ervoor zorgen dat de arbeidsparticipatie van vrouwen omhoog gaat, door werken meer te laten lonen en bijvoorbeeld kinderopvang beter te regelen. Daarnaast moet het onderwijs alles op alles zetten om de keuze voor technische studies voor vrouwen meer vanzelfsprekend te maken. Het onderwijscurriculum moet aansluiten bij de eigentijdse belangstelling van jongeren, en meisjes in het bijzonder, gericht op de maatschappelijke uitdagingen. Want heel Nederland kijkt naar de technologische industrie voor duurzame vooruitgang en als groeimotor van de Nederlandse economie.

We pleiten daarom voor de volgende zaken:

  • Maak het aantrekkelijker om meer uren te werken

In Nederland is er een ongelijke verdeling van betaald werk en onbetaalde zorg (bijvoorbeeld zorg voor kinderen of mantelzorg) tussen mannen en vrouwen, waarbij vrouwen nog steeds het overgrote deel van de zorgtaken op zich nemen, en waarbij een infrastructuur rondom zorgtaken vrouwen disproportioneel benadeelt. Driekwart van de vrouwen werkt in (kleine) deeltijdbanen. Terwijl bij mannen in 2017 een gemiddelde werkweek uit 39 uur bestond, was dat bij vrouwen 28 uur. Onderzoek toont aan dat Nederlandse vrouwen net zoveel waarde hechten aan betaald werk als mannen, maar dat ze minder bereid of in staat zijn om dat voltijds te doen. Drie op de vier in deeltijd werkende vrouwen willen onder bepaalde voorwaarden wel meer uren werken, vooral als ze hun werk beter zouden kunnen afstemmen op hun privéleven. Vrouwen gaan meer werken als de voorzieningen voor opvang van de kinderen goed geregeld zijn en als werken financieel voordeliger is. Volgens OESO onderzoek worden door de hoge kosten de mogelijkheden van voorschoolse opvang in Nederland onvoldoende benut. FME pleit daarom voor maatregelen van de overheid die het voor vrouwen aantrekkelijker maken om meer uren te werken. Bijvoorbeeld op het gebied van kinderopvang, ouderschapsverlof en fiscale maatregelen.

  • Pak het genderstereotype denken in Nederland aan

Nederlanders denken nogal zwart-wit als het gaat om de combinatie van gender en bèta, blijkt uit onderzoek. Die associaties zijn hardnekkig en worden van kinds af aan – onbedoeld – ingeprent. Het blijkt dat al vanaf de basisschoolleeftijd kinderen impliciete en expliciete genderstereotiepe opvattingen voorgeschoteld krijgen van ouders, leerkrachten, de media en tijdens alledaagse bezigheden zoals spelletjes. Die hardnekkige associaties vormen een groot gevaar voor de prestaties van Nederlandse meisjes op het gebied van bèta en techniek, voor hun interesse ervoor, voor hun schoolloopbaankeuzes én hun professionele loopbaan. We zien dat hierdoor jongens bij de start van het voortgezet onderwijs meer interesse in, en ervaring met exacte vakken en techniek hebben dan meisjes. FME pleit daarom voor een curriculum dat aansluit bij de interesse van meisjes en een grotere inzet van rolmodellen voor de klas. VHTO dient hiervoor een structurele financiering voor te krijgen. Een nationaal beleid gericht op het bestrijden van genderstereotypen is nodig. Een brede campagne voor bewustwording is wat ons betreft een cruciaal onderdeel van het nationale beleid.

Ook zijn er uitgesproken opvattingen en sociale normen die ­invloed hebben op de keuzes van mannen en vrouwen ten aanzien van onderwijs, loopbaan en zorg. FME pleit voor aansturing van de overheid op positieve beeldvorming rond thema’s als werkende moeders, zorgende vaders, en het gebruik van kinderopvang, zodat bijvoorbeeld deeltijdwerken niet meer de norm is.

Lees meer over 'Samen werken aan meer vrouwen in de techniek'
Sluiten