arrow btn arrow right arrow left chevron mouse pulser checkmark date calendar

FME pleit voor een bilateraal innovatie- en handelsinstrument

Tuinbouw

Als we het Nederlandse bedrijfsleven beter willen inzetten voor het oplossen van grote mondiale uitdagingen en onszelf als internationale koploper willen positioneren, is intensievere internationale verbinding onmisbaar. FME pleit daarom voor een bilateraal innovatie- en handelsinstrument van 50 miljoen per jaar voor verschillende maatschappelijke uitdagingen. Bij de keuze voor een revolverend model kan een deel hiervan terugvloeien om volgende initiatieven mogelijk te maken.

De Sustainable Development Goals (SDGs) of Duurzame Ontwikkelingsdoelen moeten een eind maken aan armoede, ongelijkheid en klimaatverandering in 2030. De Nederlandse overheid, maatschappelijke partijen en het bedrijfsleven hebben de SDG-agenda samen opgepakt en geven er sindsdien uitvoering aan. Maar zonder innovatie en technologische vooruitgang zullen wij deze doelen niet halen.

Nederland is als een van de meest innovatieve landen ter wereld en meest concurrerend land uit Europa goed gepositioneerd om bij te dragen aan de SDG-agenda. Nederlandse technologiebedrijven hebben vaak slimme oplossingen op wereldwijde uitdagingen op het gebied van energie, agri & food, gebouwde omgeving, zorg en veiligheid op te lossen. Denk bijvoorbeeld aan slimme energieopslagsystemen die bijdragen aan de energietransitie in Zuid-Amerika, het inzetten van digitalisering voor een duurzamere voedselproductie in Noord-Amerika en de toepassing van Nederlandse technologie in Afrika zodat zij zelf vaccinproductiefaciliteiten kunnen bouwen, wat de lokale bevolking toegang geeft tot veilige en betaalbare vaccins.

Innovatieprojecten stranden nu

Dit innovatieproces gebeurt vaak in een internationale omgeving, waarbij partners grensoverschrijdend de verbinding zoeken. Dit klinkt eenvoudiger dan het is, zeker voor de middelgrote en kleine industrie (mki).

Internationale ontwikkeltrajecten vragen om een lange adem en flinke investeringen, terwijl de uitkomsten onzeker zijn. Dit geldt vooral in de hightech sector waar de time-to-market van nieuwe producten steeds korter wordt, waardoor bedrijven in complexe, internationale productieketens steeds eerder in de ontwerpfase moeten samenwerken. Dit is niet altijd eenvoudig.

Wij zien dat innovatieprojecten met veel potentie om de SDG-agenda verder te brengen nu stranden omdat gerichte ondersteuning voor internationale innovatiesamenwerking ontbreekt. Dit terwijl hier veel potentie zit en buitenlandse concurrenten wel toegang hebben tot dergelijke instrumenten.

FME wil daarom sterker inzetten op innovatiesamenwerking voor het verzilveren van handelskansen rond grote maatschappelijke uitdagingen en FME pleit voor een bilateraal innovatie- en handelsinstrument.

Bilateraal Innovatie- en Handelsinstrument

Internationale samenwerking is nodig voor het oplossen van grote mondiale uitdagingen op het gebied van energie, gezondheid en voedsel. Nederlandse technologiebedrijven bieden met hun kennis, ervaring en technologie integrale oplossingen voor vraagstukken op het gebied van dit soort maatschappelijke uitdagingen. Hiermee leveren zij ook een indrukwekkende bijdrage aan de Nederlandse export, die een belangrijke motor en aanjager van onze economie is.2 Deze positie is door protectionisme, een ongelijk mondiaal speelveld en toenemende concurrentie echter niet vanzelfsprekend. Juist nu moet Nederland nóg meer inzetten op innovatie om deze internationale koploperspositie veilig te stellen en uit te bouwen.

Door internationale innovatiesamenwerking in de pre-competitieve fase als collectief aan te gaan, kunnen risico’s en kosten worden gedeeld. Om dit op effectieve wijze te doen moeten er bilaterale netwerken opgezet worden. Dit vergt een lange termijn aanpak gericht op specifiek toegewijde, onafhankelijke coördinatie en aanjagen van community building aan weerszijden. Het ontbreekt bedrijven echter aan middelen om dit te financieren. De return on investment is te ver weg.

Steun van de overheid bij het opzetten en uitvoeren van internationale innovatieprojecten en -programma’s is daarom onmisbaar. Door structurele samenwerking te stimuleren worden ontwikkelingsrisico’s beter gespreid, en wordt de basis gelegd voor een effectieve business development. Daarmee ontwikkelen wij (toekomstige) handelsrelaties. FME richt zich met haar eigen Duitslandstrategie hierop, door innovatiesamenwerking aan te jagen op de thema’s Smart Industry en Energie waar Duitsland en Nederland grote gezamenlijke uitdagingen hebben. Ook de Duitse en Nederlandse overheden hebben zich ten doel gesteld om onderlinge onderzoeks- en innovatiesamenwerking aan te gaan, zoals blijkt uit de

politieke verklaring na de Duits-Nederlandse regeringsconsultatie op 2 oktober 2019.3 Om de intenties uit deze politieke verklaring te kunnen realiseren is een gelijk speelveld aan weerszijden en dus een gelijkwaardig instrumentarium essentieel.

NL-VS AgriFoodTech partnership

Gezien de toenemende wereldbevolking willen wij met landen samenwerken om zo efficiënt mogelijk voedsel te produceren. Om businesskansen voor Nederlandse AgriFoodTech bedrijven te creëren heeft FME in 2018 een innovatief samenwerkingsproject gestart als gevolg van een MoU tussen Nederland en de VS en een handelsmissie naar Silicon Valley. Dit met als doel om de sterktes van beide regio’s te combineren en daar samen in fieldlabs en gezamenlijke projecten invulling aan te geven. Californische landbouwers, tuinders en voedselverwerkers hebben onze kennis en techniek hard nodig en werken graag samen om dit voor de Californische situatie, klimaatomstandigheden en schaalgrootte geschikt te maken. De opstartfase waarbij het netwerk is opgebouwd en een start is gemaakt met projecten is grotendeels gefinancierd door FME. Als enige externe bijdrage heeft de Nederlandse ambassade geholpen met de reis- en verblijfkosten van een FME-medewerker in 2018 en 2019, om de innovatie- en businesskansen goed in kaart te brengen middels een ‘feasibility study’. Nu zijn de initiële incidentele financieringsbronnen opgedroogd en dreigt een succesvol samenwerkingstraject te stranden omdat er geen financiering is om het opgebouwde samenwerkingsplatform voort te zetten en de VS te matchen in bijdragen voor specifieke projecten. Als gevolg wordt nu héél veel tijd ingezet voor fondsenwerving, terwijl die tijd veel beter en strategischer ingezet kan worden aan het bouwen van deals.

Sluiten