arrow btn arrow right arrow left chevron mouse pulser checkmark date calendar

Nationaal Groeifonds aanjagen

2 februari 2021
Adriaan Andringa

Zelden verschijnt er een nieuw boek waar in ons vakgebied zozeer naar uit wordt gekeken als Mission Economy van Marianna Mazzucato. Het nieuwe werk van de Italiaans-Amerikaanse hoogleraar aan University College London is vorige week gepubliceerd. In het afgelopen decennium werden twee eerdere boeken van haar hand, The Entrepreneurial State uit 2013 en The Value of Everything uit 2018, standaard werken voor iedereen die zich met innovatie bezighoudt. Laat de onderhandelaars voor het nieuwe kabinet de komende tijd het oeuvre van Mazzucato maar op hun nachtkastje leggen.

Door Adriaan Andringa, Adviseur Public Affairs

Investeren in innovatie

Nederland heeft zich als doel gesteld om jaarlijks 2,5% van ons Bruto Nationaal Product (BNP) te investeren in innovatie. Dat is nodig, omdat innovatie de zuurstof is van onze economie. Ongeveer één op de vijf Nederlanders verdient direct of indirect een inkomen met dank aan de industrie. Maar om op wereldschaal concurrerend te kunnen zijn met landen waar de loonkosten veel lager liggen, moeten we in Nederland producten maken die nergens anders gemaakt worden én moeten we die producten slimmer produceren. Innovatie is dus onontbeerlijk. Toch zien we dat de publieke en private sectoren samen slechts 2,14% van het BNP uitgeven aan innovatie. Ter vergelijking: dit ligt op 2,8% in de VS, 3,2% in Japan en zelfs 4,5% in Zuid-Korea.

Voorwaarden scheppen

De stelling van Mazzucato is dat industrie en bedrijfsleven niet ondanks overheden de kans krijgen om innovatief te zijn, maar dankzij overheden. Overheden scheppen de voorwaarden waarbinnen bedrijven het risico durven te nemen om te investeren in een met onzekerheden omgeven toekomst. Bedrijven hebben immers de verantwoordelijkheid, naar hun aandeelhouders en hun medewerkers, om risico’s te beperken. Investeren in producten of processen die in de toekomst mogelijk resultaat gaan opleveren, betekent echter altijd dat je het risico neemt dat er geen markt blijkt te zijn voor jouw innovatie. En hoewel enig risico erbij hoort, zijn bedrijven terughoudend om al te veel risico te nemen.

Marktpotentie herkennen

Een bekend voorbeeld van Mazzucato is de iPhone. De afzonderlijke technologieën die erin verwerkt zijn – internet, GPS, touchscreens – zijn niet door Apple ontwikkeld, maar door de Amerikaanse overheid. Zij hoopte dat er toepassingen in zouden zitten waar ze zelf hun voordeel mee zouden kunnen doen, zoals communicatie tussen- en locatiebepaling van militaire eenheden. Maar het was Apple die de marktpotentie van de technologieën zag en die ze combineerde tot de smartphone.

Wisselwerking overheid en bedrijfsleven

Een innovatieve economie vraagt dus niet om een teruggetrokken overheid die industrie ruimte biedt, maar juist om een wisselwerking tussen overheid en bedrijfsleven. Dat is precies de lijn dit het kabinet dit jaar inzette met het Nationaal Groeifonds: de overheid investeert in innovaties die op lange termijn enorme potentie met zich mee brengen. Het FoodSwitch programma bijvoorbeeld, waarin FME partner is, biedt  kansen om voedselproductie wereldwijd drastisch te verduurzamen én om Nederland de grootste exporteur te maken van de technologieën die daarvoor nodig zijn. Maar er moeten nog flink wat stappen gezet worden, voordat het programma commerciële zekerheid biedt.

Innovatie aanjagen

Het volgende kabinet zal de ingeslagen weg dus moeten vasthouden en moeten investeren in innovatie. Het Nationaal Groeifonds is daarbij cruciaal en moet niet verwateren door politiek gemotiveerde afwijkingen van de originele doelstelling. Maar er is meer nodig. Het Groeifonds levert op lange termijn kansen op, maar dankzij de coronacrisis hebben bedrijven zich genoodzaakt gezien om investeringen in R&D op korte termijn stil te leggen. Ook op korte termijn moet het kabinet dus het investeren in innovatie aanjagen, om te voorkomen dat we nog verder achterop raken bij de landen om ons heen. En alleen investeren is niet genoeg; dat moet ook gebeuren op basis van een doordachte strategie over welke sleuteltechnologieën en sectoren de meeste potentie bieden. De Nationale Groeistrategie van het huidige kabinet biedt daarvoor de basis, maar ook in de verdere aanscherping en doorontwikkeling ervan moeten bedrijfsleven, overheid en wetenschap samen optrekken. Voor dat doel pleit FME voor de oprichting van een Nationale Groeicommissie, omdat innovatiebeleid zichzelf ook constant moet blijven innoveren. Als Nederland in de toekomst een innovatieve economie wil blijven, kunnen de toekomstige onderhandelaars voor een nieuw kabinet de werken van Marianna Mazzucato maar beter alvast openslaan.

Sluiten