FME: investeringen blijven liggen door gebrek aan slagvaardige investeringscapaciteit

Pers
12 mei 2026
Investeren

FME steunt de hernieuwde oproep voor een nationale investeringsbank en roept het kabinet op de instelling snel en slagvaardig uit te werken. In de technologische industrie blijven investeringen in opschaling en industrialisatie liggen door een gebrek aan voldoende risicodragende financiering.

“Het kabinet moet nu vaart maken”, stelt Theo Henrar, voorzitter van FME. “In onze achterban zien we projecten die klaar zijn voor opschaling, maar vastlopen in de financiering. Zolang de discussie vooral blijft draaien om structuur, krijgt het mandaat en de focus van de investeringsbank te weinig aandacht, terwijl ook nu al meer mogelijk is om investeringen te versnellen. Daardoor blijft de investeringspijplijn papieren potentieel en verplaatsen investeringen zich naar plekken waar dit instrument al functioneert, met directe gevolgen voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland.”

Het rapport‑Wennink bevestigt dit beeld. In het rapport zijn 51 investeringsvoorstellen uitgewerkt met een gezamenlijk potentieel van €126 miljard. Zij laten zien dat Nederland een sterke investeringspijplijn heeft, over de volle breedte van strategisch-belangrijke domeinen zoals energie, digitalisering, zorg en veiligheid. De betrokken partijen geven aan te kunnen starten zodra financiering en randvoorwaarden op orde zijn.

De discussie in Den Haag draait momenteel vooral over de architectuur van een investeringsinstelling, zoals governance, kapitalisatie en inbedding. Dat is noodzakelijk, maar het succes hangt net zo sterk af van mandaat en focus: voor wie deze instelling bedoeld is, welke investeringen prioriteit krijgen en de mate waarin de bank ook risicovol kan financieren. Tegelijk vraagt dit om actie op de korte termijn: benut de ruimte binnen bestaande instrumenten nu al actief om investeringen te versnellen.

Voor FME moet een nationale investeringsbank zich richten op de volle breedte van de technologische waardeketen: van start-ups en scale-ups tot innovatief mkb en gevestigde bedrijven. Een belangrijk deel van het verdienvermogen wordt buiten Nederland gerealiseerd. Een investeringsbank moet daarom ook export en internationale groei ondersteunen. De toegevoegde waarde ligt primair bij innovatie, opschaling en strategische waardeketens, waar bestaande instrumenten tekortschieten.

Sluiten