FME kritisch op beperking compensatieregeling transitievergoeding
Op initiatief van kabinet Schoof is een wetsvoorstel opgesteld om de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid te versoberen. De essentie van het voorstel is dat alleen kleine werkgevers tot ongeveer 25 werknemers nog in aanmerking zouden komen voor compensatie. Voor middelgrote en grote werkgevers vervalt de regeling volledig. Daardoor wil het kabinet een structurele besparing van € 380 miljoen per jaar realiseren. De geplande ingangsdatum van de versobering is 1 juli 2026.
Kritiek van FME op de voorgestelde maatregelen
FME staat zeer kritisch tegenover deze plannen, omdat het voorstel feitelijk neerkomt op een budgettaire ingreep zonder inhoudelijke onderbouwing. De kosten bij langdurige arbeidsongeschiktheid worden hierdoor opnieuw bij werkgevers neergelegd, terwijl de verantwoordelijkheden en lasten rondom langdurige arbeidsongeschiktheid de afgelopen jaren al sterk zijn toegenomen. Denk aan de verplichting om twee jaar loon door te betalen, de intensieve re‑integratieopdracht en de financiële risico’s in de WGA. Volgens FME is het uitgangspunt dat middelgrote en grotere werkgevers deze extra lasten ‘wel kunnen dragen’ niet realistisch en bovendien nergens onderbouwd.
Door de regeling nu gedeeltelijk af te schaffen, neemt de prikkel toe om dienstverbanden niet te beëindigen maar te laten voortbestaan, uit vrees voor de financiële gevolgen van de transitievergoeding. Dat leidt tot onduidelijkheid en juridisering, precies hetgeen de huidige regeling moest voorkomen.
Raad van State advies ondersteunt FME-standpunt
FME stelt daarom voor om de verplichting tot betaling van de transitievergoeding bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid volledig af te schaffen. Dit maakt de compensatieregeling in één keer overbodig. Een andere mogelijkheid is het beperken van de transitievergoeding door re‑integratiekosten te mogen verrekenen. Beide alternatieven sluiten aan bij het advies van de Raad van State, die in september 2025 eveneens pleitte voor een fundamentele heroverweging van het systeem en wees op de mogelijkheid om de transitievergoeding op dit punt geheel te schrappen.
Vervolgtraject en inzet richting politiek
De komende maanden verwachten we schriftelijke reactie van het ministerie van SZW op de vragen over het wetsvoorstel die in januari 2026 door de Tweede Kamer zijn gesteld. Zodra deze antwoorden beschikbaar zijn, zoeken we opnieuw de dialoog op met Kamerleden en betrokken fracties, met als doel het wetsvoorstel te verbeteren of ingrijpend aan te passen. Daarbij wijst FME ook op de beleidsvoornemens uit het coalitieakkoord Aan de Slag. Hierin kondigt de coalitie aan de transitievergoeding te willen hervormen en in sommige gevallen zelfs geheel te laten vervallen wanneer werkgevers hebben geïnvesteerd in scholing en re‑integratie. Dit kabinetsvoornemen onderstreept dat een fundamentele herbezinning op het stelsel noodzakelijk is, juist om werkgevers niet opnieuw te belasten met onnodige kosten of juridisch risico.