Miljoenennota 2027: innovatie krijgt impuls, concurrentievermogen blijft achter

Pers
15 september 2026
miljoenennota

Nederland staat voor grote economische en maatschappelijke opgaven, terwijl de geopolitieke onzekerheid en internationale concurrentie toenemen. De Miljoenennota bevat belangrijke stappen om het Nederlandse innovatievermogen te versterken, maar laat kansen liggen om het concurrentievermogen van Nederlandse bedrijven structureel te verbeteren. Ook ontbreekt een duidelijke keuze voor technisch onderwijs.

Nieuwe investeringen in innovatie zijn hard nodig en daarom welkom, aldus Theo Henrar, voorzitter van FME. “Maar veel bedrijven zitten ondertussen klem door hoge kosten, oplopende lasten en regeldruk. Tegelijk maakt het kabinet onvoldoende werk van technisch onderwijs. Dat wringt. Het kabinet moet niet alleen investeren in de economie van morgen, maar ook zorgen dat bedrijven vandaag concurrerend kunnen ondernemen.”

Goede stappen voor innovatie

Positieve groeicijfers mogen de kwetsbaarheid van delen van de Nederlandse industrie niet verhullen. De kernboodschap van het rapport-Wennink blijft urgent: economische groei en een hogere arbeidsproductiviteit zijn nodig om onze welvaart te behouden. Dat vraagt om investeringen in technologie en om een ondernemingsklimaat waarin bedrijven concurrerend kunnen ondernemen.

FME is positief over de nieuwe investeringen in innovatie. Voorwaarde is dat de Nationale Investeringsinstelling (NII) en het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) aanvullend zijn en de ruimte krijgen om risico’s te nemen en te investeren in opschaling en baanbrekende technologie. Het verschuiven van bestaand geld levert geen extra investeringskracht op.

Concurrentievermogen blijft onder druk

Tegenover de investeringen in innovatie staat te weinig voortgang bij het versterken van het concurrentievermogen. De regeldruk blijft hoog, extra Nederlandse eisen boven op Europese regels worden onvoldoende teruggedrongen en de elektriciteitskosten lopen steeds verder uit de pas met omringende landen. Tegen die achtergrond is FME teleurgesteld dat het kabinet de ‘elektriciteitsenvelop’ voor de basisindustrie volgens de huidige plannen pas vanaf 2028 inzet. Nederlandse bedrijven blijven op achterstand staan ten opzichte van buitenlandse concurrenten, terwijl nieuwe investeringen eerder elders terechtkomen.

Duidelijke keuze voor techniekonderwijs ontbreekt

FME mist bij het kabinet een duidelijke keuze voor technisch onderwijs, terwijl het tekort aan technisch talent onverminderd groot blijft. Er komt geen extra geld voor techniekopleidingen en de bekostiging voor het mbo houdt onvoldoende rekening met de hogere kosten en arbeidsmarktrelevantie van deze opleidingen. Ook leiden de beschikbare middelen voor een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt onvoldoende tot structurele samenwerking met het bedrijfsleven. Daarom pleit FME voor gerichte investeringen in bewezen publiek-private samenwerkingen zoals hybride techcentra.

Overkoepelend blijft onduidelijk welke plannen politiek en financieel overeind blijven en wie uiteindelijk de rekening betaalt. FME vindt daarom dat kabinet, oppositie, werkgevers en vakbonden terug moeten naar de overlegtafel. Werkgevers én werknemers hebben belang bij een sterk investeringsklimaat. Dat vraagt om samenhangend, gedekt en uitvoerbaar beleid dat investeringen in innovatie en productie mogelijk maakt en daarmee werkgelegenheid behoudt en creëert.

Sluiten