Eindelijk één minister voor circulariteit én klimaat
Het kabinet kiest ervoor om circulariteit en klimaat te combineren onder de beoogd minister Van Veldhoven. FME pleit al jaren voor deze integrale aanpak. Circulariteit en klimaatbeleid versterken elkaar, samen bieden zij enorme kansen voor CO₂-reductie én een toekomstbestendige industrie.
Omschakelen naar een circulaire economie kan volgens studies van TNO en PBL circa 7 megaton CO₂ besparen. Toch was hiervoor tot nu toe nauwelijks gerichte financiering beschikbaar. Terwijl bij klimaat en energie alle sectoren verplichtingen krijgen opgelegd om energie te besparen en CO₂ te reduceren, blijven investeringen in circulaire oplossingen achter.
Circulaire businessmodellen hebben een zet nodig
Circulaire businessmodellen staan nog in de kinderschoenen en vragen verdere ontwikkeling. Hergebruik en reparatie van producten zijn vaak complexer en duurder dan inzameling en recycling. Daardoor is de circulaire businesscase in veel gevallen nog niet positief. Het gevolg: het grondstoffenverbruik van Nederland blijft structureel te hoog.
Net als bij elektrisch rijden en wind- en zonne-energie hebben bedrijven ondersteuning nodig om circulaire businessmodellen op te schalen. Een effectieve aanpak vraagt om een slimme combinatie van:
- Heldere regelgeving;
- Consequente handhaving;
- Gerichte financiële ondersteuning.
Alleen zo komt de markt daadwerkelijk in beweging.
Zonder budget geen succes
Met één minister die klimaatbeleid en circulariteit combineert, is een belangrijke eerste stap gezet. Maar om deze stap succesvol te maken, is structureel budget noodzakelijk.
FME roept het kabinet daarom op om ten minste € 500 miljoen per jaar te reserveren voor een SDE++-regeling voor circulaire producten en processen. Deze middelen kunnen effectief worden benut door ze slim te combineren met bestaande klimaat- en defensiebudgetten.
Zo kan Nederland kostenefficiënt 7 megaton CO₂ reduceren én tegelijkertijd zijn strategische autonomie versterken.
Deze en overige aanbevelingen van FME zijn te vinden in de position paper van FME.