Nexus Energy laat zien wat er misgaat met het Nederlandse investeringsklimaat: innovatie werkt, maar opschalen gaat moeizaam
Nederland wil vooruit. We willen verduurzamen, onze industrie versterken en minder afhankelijk worden van anderen. Technologie speelt daarin een sleutelrol. Maar juist waar het echt verschil wordt gemaakt, loopt het vaak vast. Niet in de ontwikkeling van innovatie, maar in de stap daarna. Van werkende oplossing naar brede toepassing. De praktijk van Nexus Energy laat zien hoe dat eruitziet. De technologie is er. De vraag is er. En toch blijft opschalen lastig.
Emissieloos werken met een plug-en-play systeem
In de haven van Dordrecht gebeurt iets wat nog niet zo lang geleden ondenkbaar was. Een baggerschip dat normaal op diesel draait, draait geheel emissieloos. Geen dieselbrom. Geen rookpluim, geen uitstoot.
Wouter Guijt van Nexus Energy vertelt het nuchter. “Als voorbeeld wil ik graag de Christiaan P. van Paans Van Oord noemen. Dit dieselelektrische schip hebben we samen met een batterijleverancier in staat gesteld om eerder dit jaar emissieloos te baggeren in de haven van Dordrecht, zonder dat het schip daar helemaal voor omgebouwd hoefde te worden. Gewoon plug-and-play, ons systeem aan boord, dieselmotoren uitzetten en werken. Dagen achter elkaar. Emissieloos.
Waarom alleen een batterij niet genoeg is
De maritieme sector vraagt om enorme hoeveelheden vermogen. Schepen liggen aan de kade of werken offshore. Hiervoor hebben ze stroom nodig voor boordinstallaties of aandrijving. Bij baggerwerk piekt de vraag naar energie vaak en wisselt die ook nog eens snel.
Guijt ziet daarom een grens aan “alleen batterij”: “Netcongestie, wisselende zon- en windopwek en strengere emissie-eisen vragen om betrouwbare, emissieloze vermogensoplossingen die langer kunnen draaien dan batterijen alleen toelaten. En precies daar zit onze rol. Nexus integreert batterijen met andere energiebronnen, zoals brandstofcellen, en vermogenselektronica tot één robuust systeem dat in de praktijk werkt. Ook bij netcongestie of als de weersomstandigheden niet optimaal zijn.”
De oplossing van Nexus: batterij én waterstof in één systeem
Nexus bouwt daarom een combinatie. De batterij levert snel veel vermogen als je pieken hebt of als de vraag plots verandert. Waterstof vult het gat bij langere inzet. Met een brandstofcel kun je langer blijven draaien, zonder dat je alles uit een gigantisch batterijpakket hoeft te halen.
Belangrijk is dat Nexus dit niet ziet als “twee losse onderdelen”, maar als één energiesysteem. De besturing en vermogenselektronica zorgen dat batterij en waterstof samenwerken. Daardoor kan het systeem stabiel vermogen leveren en tegelijk efficiënt omgaan met pieken en dalen. Dat maakt het interessant voor schepen en havenprocessen die niet stil mogen vallen.
Netcongestie en emissieregels maakt de vraag extra urgent
In veel regio’s is netcongestie geen nieuws meer, maar dagelijkse realiteit. Bedrijven willen verduurzamen, maar lopen vast op een net dat de groei niet aankan. In havens speelt dat dubbel: de energievraag is groot, de ruimte is schaars, en de druk om uitstoot te verlagen neemt toe. Daarnaast is de stip op de horizon gezet; de scheepvaart moet in 2050 emissieloos zijn.
Juist daar past de oplossing van Nexus. “Als walstroom niet beschikbaar is of als de aansluiting beperkt blijft, kun je toch emissieloos werken. Voor de maritieme sector is dat geen luxe. Het bepaalt of je straks kunt blijven opereren binnen strengere milieueisen. Daarnaast is Nederland gebaat bij duidelijke en voorspelbare regelgeving. We weten nu dat in 2050 de scheepvaart emissieloos moet zijn. Wij spelen daar nu al op in. De aanschaf van een schip is enorm hoog en een schip gaat vele jaren mee. Met ons systeem kunnen we ook oudere dieselschepen, gemakkelijk ombouwen tot een elektrisch schip. Dit maakt het voor ondernemers in de maritieme sector, eenvoudiger en goedkoper om te voldoen aan nieuwe regelgeving.”
Van succesvolle pilot naar schaal: daar loopt het vast
Het verhaal van Nexus is een schoolvoorbeeld van wat Nederland zegt te willen: een innovatieve start-up die een praktisch probleem oplost, met impact op energie, industrie en verduurzaming. En toch gaat het juist in de volgende stap mis: opschalen.
Opschalen betekent niet alleen meer systemen bouwen. Het betekent ook dat je productielijnen opzet, leveranciers vastlegt, mensen aanneemt, certificering rond krijgt en grotere projecten kunt voorfinancieren. Daarvoor heb je kapitaal nodig. Vaak komt dat uit investeringsrondes, soms aangevuld met subsidies die helpen om de eerste grote toepassingen mogelijk te maken. En precies daar komt de OIM-problematiek om de hoek kijken.
OIM: “onderneming in moeilijkheden” als papieren rem
Veel start-ups werken met converteerbare leningen. Dat is een normale manier om groei te financieren: investeerders stoppen geld in het bedrijf, met de afspraak dat die lening later kan worden omgezet in aandelen. Maar juridisch kan zo’n lening tellen als schuld. En dat kan ertoe leiden dat een bedrijf volgens de regels wordt gezien als OIM: een onderneming in moeilijkheden. Guijt zegt het scherp: “economisch functioneert zo’n financiering als eigen vermogen, maar op papier kan het uitpakken alsof het bedrijf “te veel schuld” heeft. En hierdoor vallen we buiten de boot voor subsidies.
Het gevolg is groot. Subsidies die juist bedoeld zijn om innovaties van pilot naar markt te brengen, kunnen dan buiten bereik vallen. De regel is ooit gemaakt om te voorkomen dat overheden noodlijdende bedrijven overeind houden met staatssteun. Dat doel is begrijpelijk. Alleen: in de praktijk kan de definitie ook groeibedrijven raken die technisch en commercieel perspectief hebben. Toegang tot subsidies geeft een duidelijk signaal af dat deze oplossingen beleidsmatig en economisch gewenst zijn. Dat vergroot het vertrouwen bij financiers, klanten en ketenpartners, waardoor private investeringen loskomen en projecten sneller van de grond komen. Subsidies fungeren hier niet als eindpunt, maar als katalysator om de markt op gang te brengen.”
Waarom subsidies hier geen “cadeau” zijn, maar een hefboom
Guijt ziet subsidies niet als verkapte staatsteun, maar als versneller. “In de vroege fase zijn projecten duurder. Je moet integreren, testen, aantonen dat het betrouwbaar is en veilig werkt in een harde en conservatieve omgeving zoals de maritieme sector. Dat kost geld en tijd. Als de overheid een deel van dat risico mee draagt, durven klanten en investeerders sneller in te stappen. Dan groeit de markt en dalen de kosten.
Zonder die hefboom ontstaat een vicieuze cirkel. Minder subsidie betekent minder projecten. Minder projecten betekent minder bewijs en minder referenties. En zonder referenties blijft kapitaal voorzichtig. Dan blijft de innovatie hangen in “het werkt”, maar kom je niet bij “het wordt standaard.”
Wat dit zegt over het investeringsklimaat in Nederland
Hier raakt het verhaal van Nexus een bredere uitdaging voor Nederland. We hebben de innovatiekracht, de kennis en het ondernemerschap om voorop te lopen. Maar opschalen en investeren komen alleen echt op gang als de randvoorwaarden aansluiten op de praktijk van groeibedrijven.
“Als een start-up met een werkend product niet door kan groeien omdat regels de brug naar subsidies blokkeren, dan remt dat niet alleen één bedrijf. Dan remt het een hele keten. Innovatie blijft dan kwetsbaar, terwijl Nederland juist zegt technologie sneller naar de markt te willen brengen,” legt Guijt uit.
Juist in de maritieme sector is dat extra zichtbaar. Havens zijn van groot economisch belang en spelen een sleutelrol in de verduurzaming van industrie en logistiek. Als Nederland hier emissieloos vermogen betaalbaar en schaalbaar kan maken, versterkt dat onze concurrentiepositie. Tegelijk bouwt het aan kennis, innovatiekracht en maakcapaciteit die we in eigen land willen behouden.
De stille kade als test voor beleid
In Dordrecht liet Nexus zien dat emissieloos werken geen theorie is. Het kan en werkt in de praktijk. De vraag is nu of Nederland de tweede stap net zo serieus neemt als de eerste.
Want de echte test voor het investeringsklimaat is niet of een start-up een mooie pilot kan draaien. De echte test is of die start-up daarna kan opschalen. Als dat niet lukt door papierwerk, definities en financieringsdrempels, dan stokt innovatie voordat het echt waarde gaat leveren.