Productiviteitsagenda moet kloof tussen plannen en praktijk dichten
De Nederlandse maakindustrie kan zich geen stilstand meer veroorloven. Terwijl productiviteit achterblijft en de druk op kosten en personeel toeneemt, blijft grootschalige digitalisering in het mkb uit. Om die impasse te doorbreken, heeft Theo Henrar, voorzitter van FME, vandaag tijdens een bedrijfsbezoek bij Festo de Smart Industry Productiviteitsagenda 2026–2028 aan minister Herbert van Economische Zaken en Klimaat overhandigd.
De agenda bevat een concreet uitvoeringsprogramma waarmee mkb bedrijven hun productiviteit met 15 tot 25 procent kunnen verhogen door slimme inzet van digitalisering, AI en werkplekinnovatie.
De urgentie is groot. De maakindustrie draagt jaarlijks ruim €116 miljard bij aan de Nederlandse economie, maar de productiviteitsgroei stagneert. Tegelijkertijd erkent een overgrote meerderheid van de industriële mkb‑bedrijven het belang van digitalisering. Toch blijft daadwerkelijke implementatie achter: plannen genoeg, maar weinig meetbare resultaten op de werkvloer.
“We zitten al jaren in dezelfde paradoxale situatie,” zegt Theo Henrar. “Ondernemers weten dat digitalisering noodzakelijk is, maar blijven steken in onzekerheid, gebrek aan kennis of verandercapaciteit. Met Smart Industry willen we deze ondernemers ondersteunen. Van “weten” naar doen. Praktisch, behapbaar en gericht op resultaat.”
Heleen Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat: “Als we goede zorg, onderwijs en andere voorzieningen willen houden, moet onze productiviteit omhoog. Dat betekent niet harder werken, maar slimmer werken, met technologie, innovatie en digitalisering. We zullen met minder mensen meer moeten doen. Dat is geen keuze, maar gewoon nodig.”
Mark Helder, voorzitter Koninklijke Metaalunie en vice-voorzitter Smart Industry, benadrukte tijdens het bedrijfsbezoek eveneens de urgentie van een structurele productiviteitsaanpak: “We hebben top innovatieve bedrijven in Nederland. Door meer te gaan doen met minder mensen, talent te benutten voor tekortsectoren en samen te werken in sterke ketens en ecosystemen versterken we de MKB-maakindustrie en de welvaart in Nederland.”
De Smart Industry Productiviteitsagenda kiest nadrukkelijk voor inzet van bestaande technologie boven experiment. Geen nieuwe ideeën, maar de nadruk op veranderprojecten die voor het gros van de maakbedrijven snel renderen. Technologie, organisatie en menselijk kapitaal worden hierbij integraal benaderd.
De agenda bestaat uit vier samenhangende elementen:
- Blauwdruk Digitale Fabriek
Praktische stappenplannen en referentiearchitecturen waarmee bedrijven gestructureerd kunnen transformeren. Van standaardisatie en modularisatie naar digitalisering en robotisering. - Communicatie en activatie
Gericht op herkenning, inspiratie en actie, met praktijkvoorbeelden van bedrijven die al stappen zetten. - AI in de productieomgeving
Toepassing van onder meer Edge AI en TinyML via pilots en een breed inzetbare toolkit. - Werkplekinnovatie
Focus op vaardigheden, leiderschap en een lerende organisatiecultuur.
De agenda sluit aan bij de ontwikkeling naar Industrie 5.0, waarin technologie ondersteunend is aan vakmanschap. “Technologie zal steeds vaker zwaar en repetitief werk overnemen,” aldus Henrar. “Daardoor kunnen mensen doen waar ze het meeste waarde toevoegen. Met de huidige arbeidsmarktkrapte is dat geen luxe, maar pure noodzaak.”
Mark Courage, directeur Smart Industry bij TNO en bestuurslid van Stichting Smart Industry, onderstreept dat de productiviteitsagenda geen vrijblijvende ambitie is: “Robotisering is geen optie meer maar een randvoorwaarde voor het voortbestaan van de Nederlandse maakindustrie. Zonder een stevige productiviteitsagenda en verregaande inzet van automatisering en robotica verliest Nederland in hoog tempo haar concurrentiekracht. Over tien jaar bestaat er simpelweg geen concurrerende maakindustrie meer zonder deze stap. Op 2 april presenteert TNO een rapport met concrete cijfers en analyses die laten zien wat dit betekent voor productiviteit, werkgelegenheid en ons verdienvermogen en welke keuzes nú nodig zijn van bedrijven en beleidsmakers.”
De agenda wordt uitgevoerd door Stichting Smart Industry in samenwerking met FME, TNO en Koninklijke Metaalunie. Met financiering vanuit het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en substantiële bijdragen van de Smart Industry ambassadeurs. De aanpak sluit aan bij regionale initiatieven zoals de European Digital Innovation Hubs en bouwt voort op het fundament dat de Smart Industry beweging de afgelopen jaren heeft gelegd.
“Geen enkel bedrijf kan deze transitie alleen maken,” benadrukt Henrar. “Juist door collectief te investeren in generieke tools en kennis, kunnen we productiviteitswinst versnellen. Wat werkt bij één bedrijf, moet snel beschikbaar zijn voor velen. Alleen op deze manier kunnen we de mondiale concurrentie te lijf gaan”